22 december 1961 – Jaap Edenbaan

0

Bron: onsamsterdam.nl

“Het aftellen is begonnen”, staat sinds eind oktober 2010 op spandoeken en borden op de Jaap Edenbaan. Het is de opmaat voor festiviteiten rond het 50-jarig bestaan die op 9 december 2011 hun hoogtepunt moeten bereiken. Die dag is het een halve eeuw geleden dat het publiek voor het eerst de kunstijsbaan op mocht. De officiële opening in 1961 vond iets later plaats, op 22 december, exact tien maanden na de start van de bouw.

Foto: Beeldbank Amsterdam – Aanleg van de Jaap Eden IJsbaan – werklieden verwijderen de sintellaag voor het inbrengen van het pijpennet.

Het was een koude en stormachtige avond die 22ste december 1961, toen de heldere jongensstem van Jaap Eden (10) door de pas gemonteerde luidsprekers klonk met de tekst: “Hiermee geef ik deze ijsbaan de naam van mijn grootvader Jaap Eden.” Uit het publiek dat de elementen had getrotseerd, klonk een door wollen handschoenen dof klinkend applaus. De baan was feestelijk verlicht en op het middenterrein stond een enorme kerstboom. Met arresleden gleden burgemeester Gijs van Hall, het initiatiefcomité, enkele wethouders, een staatssecretaris en bestuurders van sportbonden over de baan, omringd door ijsdansende paren en ijshockeyers. Ook de Amstelveense vedette Sjoukje Dijkstra was van de partij, ze gaf later nog enkele van haar befaamde dubbele axels ten beste.

Tekening: Beeldbank Amsterdam – Jaap Edenbaan-1961

“Terwijl de kerstboom in het midden van het sportpark zich nauwelijks kon staande houden”, schreef Het Parool, “werd een begin gemaakt met de eerste wedstrijden op deze baan, waaraan 14 rijders deelnamen.” De beste Nederlandse schaatsers waren helaas in trainingskamp in het Noorse Fagernes, zodat het publiek genoegen moest nemen met rijders die niet tot de top behoorden. De tijden waren er dan ook naar. Al kwam ook door de harde wind, die de rijders op de halve baan recht in het gezicht blies.
Reinier Paping – die ruim een jaar later als winnaar van de Elfstedentocht zou bewijzen de elementen goed te kunnen trotseren – werd op de sprint tweede. Terwijl het publiek massaal een warmer heenkomen zocht, werd het programma aangepast en nog de 1500 meter gereden. Die werd gewonnen door de Rotterdammer Wim de Graaff, die de dag erop ook het eindklassement zou winnen. De latere coach Egbert van ’t Oever, de Nederlandse kampioen van 1954, wist ook nog een paar medailles te behalen. De nieuwe kunstijsbaan had met dit toernooi niet bepaald een visitekaartje afgegeven als snelle baan. En dat zou het ook niet worden, vooral door de vrij onbeschutte ligging.

Foto: Beeldbank Amsterdam – Jaap Edenbaan 1962

Groot succes vanaf begin
Maar de schaatsliefhebbers maalden daar niet om. Op vrijdag 8 december 1961 hadden de leden van de Nederlandse Vereniging tot Bevordering van het Hardrijden op de Schaats de baan al mogen uitproberen. De al snel verzelfstandigde hoofdstedelijke afdeling van deze vereniging, de Hardrijders Club Amsterdam, zou met de Jaap Edenbaan als basis een gouden toekomst tegemoet gaan en de stoot geven tot het populaire marathonschaatsen. Vanaf 9 december 1961 mocht het publiek de baan op. Ondanks het regenachtige weer liep het storm. Het eerste weekend voor gereduceerd tarief – ƒ 1,50 voor een kaartje dat beide dagen geldig was –  en daarna voor ƒ 1,25 per keer. Wie dat teveel vond, kon op zondagmorgen en woensdagmiddag voor ƒ 0,75 terecht. In de twee weken voor de officiële opening werden bijna 80.000 kaartjes verkocht, veel meer dan waarop directeur Gé van Amerongen – voorheen bedrijfsleider bij Tuschinski  – had gerekend.
Al in 1958 was er een plan om in Nederland een 400 meter kunstijsbaan aan te leggen. Sportjournalist Kick Geudeker was de animator om zo’n baan in Amsterdam te realiseren, nadat in Deventer ook plannen in die richting waren ontplooid. Geudeker stichtte met Jo Jaspers van de Amsterdamse Sportraad (adviesorgaan van het gemeentebestuur) in oktober dat jaar de Stichting Sport Initiatieven Amsterdam (SIA). De Nederlandse Sport Federatie reageerde enthousiast op de plannen uit beide steden en kwam met geld over de balk. Overheid en bedrijfsleven bleven niet achter en het hielp enorm dat in 1960 Henk van der Grift in het Zweedse Göteborg wereldkampioen werd in het Nya Ullevi-stadion, dat een jaar eerder als eerste 400 meter kunstijsbaan ter wereld was geopend. In 1960 werd ook in het Amerikaanse Squaw Valley (Californië) voor de Olympische Winterspelen een kunstijsbaan aangelegd. Die werd daarna overigens gedemonteerd en later weer opgebouwd in West Allis (Wisconsin).
De Jaap Edenbaan was dus de derde kunstijsbaan van 400 meter ter wereld. De plannenmakers uit Deventer hadden het nakijken. Amsterdam kon sneller aan de slag dankzij het bestaan van een atletiekbaan in het gemeentelijk sportcomplex Middenmeer waarop al vanaf 1955 bij vorst werd geschaatst. Een ‘sproeibaan’, zoals de stad er toen meerdere kende. Eind 1962 pas ging het Deventer IJsselstadion open. Deze baan was wel sneller door de beschutte ligging; zelfs zou er in 1968 een wereldrecord worden gereden. Dertig jaar later moest het IJsselstadion het veld ruimen voor een halfoverdekte baan. Inmiddels is de Jaap Edenbaan een van de laatste kunstijsbanen ‘in de vrije natuur’ (de andere twee staan in Geleen en Biddinghuizen).

Foto: Beeldbank Amsterdam – Jaap Edenbaan 1962

Buizen in de breedte
De schaatstop die bij het openingstoernooi van de Jaap Edenbaan ontbrak, was er twee maanden later wel tijdens een drielandentoernooi met de kernploegen van Noorwegen, Zweden en Nederland. Meer dan 7000 toeschouwers kwamen er zaterdag 24 februari 1962 op af, onder wie koningin Juliana en haar dochter Marijke (die zich later Christina zou noemen). Vóór de wedstrijd werd Henk van der Grift gehuldigd: hij was net tweede geworden op het wereldkampioenschap te Moskou.
Helaas liet de ijskwaliteit te wensen over. Een aggregaat in de westelijke bocht had het begeven, waardoor er plassen op het ijs waren komen te staan die ten gevolge van de harde oostenwind dichtvroren. De schaatsen sneden door dat laagje heen, wat de rijders uit balans bracht. De meesten zeilden daarom zonder een slag te maken door die bocht, maar niet Van der Grift. Op de sprint kon hij zich nog net staande houden, maar op de vijf kilometer (tegen de Noorse stayer Fred Anton Maier) ging hij onderuit. Andere Nederlanders vielen ook tegen, met als gunstige uitzondering debutant Gerben Karstens, later een fameus wielrenner. Op de tweede dag van het toernooi – nu met goed ijs – zagen de toeschouwers de Zweedse ploeg het eindklassement winnen, met de Noorse ploeg op royale achterstand.
Al op 11 maart 1964 kon de miljoenste bezoeker van de Jaap Edenbaan geboekt worden. Er werden al plannen gemaakt voor een tweede kunstijsbaan in Amsterdam. Die kwam er niet, wel een overdekte ijshal naast de baan in 1973.
De oude 400 meter baan is in 1989 gerenoveerd. Behalve het koelsysteem is toen ook het buizenstelsel vervangen. De buizen lagen in de breedte op de sintels, omdat korte buizen gemakkelijker te demonteren waren om de baan weer geschikt te maken voor atletiek. Dat is overigens slechts één keer gebeurd, want de operatie bleek uiterst bewerkelijk en kostbaar. Maar als gevolg van de breedteligging raakte het ijs tussen de pijpen niet zelden bij harde wind en regen uitgeslepen en ontstond er een wasbordeffect. Nu liggen de buizen in de lengterichting en zijn ze in beton verpakt. Daardoor is de baan ’s zomers ook voor skeeleren geschikt.

Share.

Leave A Reply