Ajax en de band met de Watergraafsmeer (Deel 41)

0

De aanhang en hun AJAX

Auteur: Kees Rotgans, Roland de Weert, Gerhard Broers

Zacharias Jansestraat .
Foto: Jo Haen Alle rechten voorbehouden

Voetbal en stadswijken: een verbroken relatie

Titel van een onderzoek aan de Vrije Universiteit door Kees Rotgans, Roland de Weert en Gerhard Broers tijdens het werkcollege sportgeschiedenis door Prof. Dr. Th. Steven.
De periode omvat de jaren ’50 tot ’80.
Het onderzoek bestaat uit 3 delen: de Watergraafsmeer, AJAX en interviews met AJAX-fans.
Met dank aan Gerhard Broers voor het beschikbaar stellen van het resultaat van dit onderzoek.

De aanhang en hun AJAX

Voetbal in de Amsterdamse Watergraafsmeer gedurende de periode 1950-1970.
‘In de sportwereld kenne men geen stand’. Uit ‘Ajax clubnieuws’ 15 februari 1920.

Bewoners over ‘De Meer’ in de jaren vijftig en zestig. (1)
Eén van de meest geliefde wijken van het naoorlogse Amsterdam was de Watergraafsmeer. Ondanks de vele nieuwbouwprojecten was het niet eenvoudig om in deze wijk een woning te bemachtigen. De wijk was ruim opgezet, er waren veel winkels en scholen. Aan sportfaciliteiten was geen gebrek. Met veel plezier kijken de door ons geïnterviewden terug op hun naoorlogse beginjaren in ‘De Meer’.

Zacharias Jansestraat.
Zo spraken wij met Wil Wickel . Wickel kwam met zijn vrouw in 1946 in de Zacharias Jansestraat wonen. Het was de rijkste straat van de Watergraafsmeer. Hij vertelde ons:
‘Door een geluk stonden we ingeschreven. Mijn vrouw en ik waren al bezig een kamer in te richten bij één van onze ouders. Wij waren de eersten in de straat die ons brood met de handen verdienden. Het was een deftige en kerkelijke buurt. Als we met de kinderen in korte broek op de fiets gingen dan zag je de gordijnen bewegen. Er woonden gereformeerden van de zwarte kousenkerk en katholieken. Iedereen had ook zijn eigen winkel waar de boodschappen gedaan werden. Er woonden in onze buurt veel onderwijzers en de betere gemeente-ambtenaren. Ook woonden er veel doctoren. Veel mensen hielden er een dienstbode op na’.

16 Jaar wachten op een woning.
Wil Wickel en zijn vrouw behoorden tot de weinige gelukkigen die zo vlak na de oorlog een woning toegewezen kregen. Nel Koolwijk moest 16 jaar wachten op een woning in de Watergraafsmeer. Ze vertelde ons: ‘Het was hier fantastisch! De Watergraafsmeer was zo gewild, daar kwam je niet in. Arie stuurde een brief naar de koningin omdat we na ons huwelijk al 12 jaar op een zolderkamertje woonden in de Sumatrastraat in Oost. Daarvoor woonden we 4 jaar in bij een zeemansvrouw voor 30 gulden in de maand. Toen ik het huis kreeg in de Watergraafsmeer was ik bijna 40!’ Over de mensen die in ‘De Meer’ woonden, aldus Nel Koolwijk:‘In de Watergraafsmeer woonde niet het armere volk. Met andere mensen in de buurt had ik geen contact. Ik liep wel eens door Betondorp maar ik kende er niemand. In de Linnaeushof kwam ik nog wel eens als ik naar de kerk ging. Ik was katholiek en Arie was niet gelovig. Daarom mocht hij niet bij mijn familie over de vloer komen’.

Katholieke clubs.
Hoe belangrijk de invloed van de kerk was blijkt ook uit het gesprek met Leo Letchert. Bezoeken aan zijn favoriete clubs Blauw-Wit en Ajax werden verboden: ‘We mochten alleen nog maar naar DCG, een katholieke club die was opgericht door de Jezuïten die tijdens de wedstrijden aan de kant stonden. We werden gepusht vanuit de kerk om naar die club te gaan. We waren zwaar katholiek, dus mijn vader legde ons dit op. De man van mijn oudste zus voetbalde voor DCG. Mijn vader zei dat als we voetbal wilden zien, we maar naar DCG moesten. Hij regelde geen kaarten meer voor Ajax of Blauw-Wit’.

Share.

Leave A Reply