Ajax en de band met de Watergraafsmeer (Deel 6)

1

Na 1945: Drie nieuwe tuindorpen. Deel 1: Amsteldorp

Auteur: Kees Rotgans, Roland de Weert, Gerhard Broers

Amsteldorp – 2012 Alle rechten voorbehouden

Voetbal en stadswijken: een verbroken relatie

Titel van een onderzoek aan de Vrije Universiteit door Kees Rotgans, Roland de Weert en Gerhard Broers tijdens het werkcollege sportgeschiedenis door Prof. Dr. Th. Steven.
De periode omvat de jaren ’50 tot ’80.
Het onderzoek bestaat uit 3 delen: de Watergraafsmeer, AJAX en interviews met AJAX-fans.
Met dank aan Gerhard Broers voor het beschikbaar stellen van het resultaat van dit onderzoek.

Na 1945: Drie nieuwe tuindorpen. Deel 1: Amsteldorp.

Na de Tweede Wereldoorlog, die op het dagelijkse leven van grote invloed was, werd met de bouw van drie tuindorpen uit het Uitbreidingsplan Watergraafsmeer (1934) begonnen. De drie nieuwe wijken waren Amsteldorp (tussen Amstelstation en Wetbuurt) in 1948, Tuindorp Frankendael, in de volksmond Jeruzalem genoemd, (tussen de Hugo de Vrieslaan en de Kruislaan) in 1950 en als laatste Middenmeer (tussen de Johannes van der Waalsstraat en de Kruislaan) van 1958 tot 1960. Het was het eerste stedelijke uitbreidingsplan waaraan grondig onderzoek aan vooraf was gegaan.

Woonfuncties.
De stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren hield zich aan de vier functies waaraan een woonwijk moest voldoen; wonen, werken en ontspanning, met als verbindende functie verkeer. Woonwijken werden zodoende dichtbij de werkcentra geplaatst en de scheiding vond plaats door ontspanningsgebieden. Zijn ‘licht, lucht en ruimte’-filosofie was zijn tijd ver vooruit. De nieuwe opzet werd als een compensatie gezien van de oudere stadsdelen die hun contact met de natuur verloren waren. Er kwam veel groen, niet alleen gras en bloemen, maar ook bomen en heesters. Van 1931 tot 1967 zou het aantal hectares gereserveerd voor groen (parken, bos, plantsoenen, gazons, volks- en schoolwerktuinen) stijgen van respectievelijk bijna 423 hectare tot bijna 1060 hectare.

Woningnood.
Toch was de uitbreiding van Amsterdam niet de eerste prioriteit na de Tweede Wereldoorlog. In een proclamatie van de toenmalige burgemeester S.J van Lier na de bevrijding lezen wij: ‘De toestand van de burgerij is slecht. Er is geen voedsel, geen kleding, geen schoeisel, geen vervoergelegenheid. De haveninrichtingen zijn vernield, het vliegveld is verwoest, de industrie is leeggeroofd en lamgelegd. Alles stelselmatig veroorzaakt door de Duitse bezetting.’ Men moest dus eerst het dagelijkse leven in de stad op gang zien te brengen met alle mogelijke middelen. Desondanks ontstond spoedig woningnood. Tijdens de oorlog werden er nauwelijks huizen bijgebouwd en vele huizen waren ruïnes geworden door oorlogshandelingen. In 1948 werd het aantal woningen dat nodig was, in een bestek van twaalf jaar, geschat op 84.000. Hiermee is geen rekening gehouden met het aantal oude woningen dat eventueel vervangen moest worden.Won In dit licht zijn de nieuw ‘dorpen’ ontstaan.

Amsteldorp.
Op het eerste gezicht is Amsteldorp (1948) omgeven door groen en vooral bebouwd met eengezinswoningen. De armoede van de jaren van de Wederopbouw ziet men terug in het dorp. Door de oorlog waren namelijk nog niet alle materialen voorhanden. De aanvoer van baksteen kwam namelijk moeizaam op gang, maar zou pas rond 1952 weer op peil zijn. De betonvoorziening herstelde zich sneller. Van de 484 woningen zouden er in 1947 al vijfenvijftig gereed zijn voor bejaarden. Net als tweeëndertig andere woningen. De overige 397 werden afgeleverd in 1948, na een stagnatie in de bouwactiviteiten door financiële problemen bij de aannemer. Het is een rustige en vriendelijk woongebied van een beperkte omvang. Net als Betondorp wonen er dan ook veel bejaarden die er niet over peinzen om te verhuizen. Het leven voor hen is daar goed met alle sociale contacten in de winkeltjes. Er heerst een gemoedelijke en ontspannen sfeer, aldus J.H.Kruizinga.

Share.

1 reactie

  1. Doonate Wilhelmina Maria Hoonhout Begin jaren 60.Ja die trapleuning. Ik had net een nieuw nylon jack. Zo een die je aan twee kanten kon dragen. De ene kant blauw de andere kant rood. Wat was ik daar blij mee.
    Toen ging glijdend van de trapleuning naar benee en zag ik een grote witte streep op mijn mooie nieuwe jas. De vulling kwam naar buiten.

Leave A Reply