Ajax en de band met de Watergraafsmeer (deel 64)

0

Interviews met supporters

Auteur: Kees Rotgans, Roland de Weert, Gerhard Broers

Ruud Krol en Sjaak Swart bij zijn afscheid in 1981 .
Foto; Beeldbank Amsterdam

Voetbal en stadswijken: een verbroken relatie

Titel van een onderzoek aan de Vrije Universiteit door Kees Rotgans, Roland de Weert en Gerhard Broers tijdens het werkcollege sportgeschiedenis door Prof. Dr. Th. Steven.
De periode omvat de jaren ’50 tot ’80.
Het onderzoek bestaat uit 3 delen: de Watergraafsmeer, AJAX en interviews met AJAX-fans.
Met dank aan Gerhard Broers voor het beschikbaar stellen van het resultaat van dit onderzoek.

Nr. 06 – Interview met Sjaak Swart

U was semi-prof. Kunt u iets vertellen over de dagindeling die u had? Hoe combineerde u uw werk met voetballen?
Ik had een sigarenzaak in de Pontanusstraat. Ik opende de winkel om 8.00 uur ’s ochtends en stond dan in de winkel tot 9.00 uur; daarna nam mijn vrouw het over. Daarna ging ik naar de training, die meestal begon rond 10.30 uur. Ik was rond 12.00 uur weer thuis, tegenwoordig heb je daar een spelershome voor. Mijn vrouw kon dan nog even een boodschap doen of iets dergelijks. Om kwart voor twee moest ik weg want om half drie moest ik weer trainen.En na de training ging ik weer naar huis en stond weer in de winkel. Het aantal trainingen verschilde, als je ’s zondags gespeeld had, ging je maandag op de training uitlopen en stond je de rest van de dag in de winkel. Dinsdag twee keer trainen en dan woensdag weer. Je had ook wel eens een vrije dag. Speelde je op woensdag Europees voetbal dan trainde je maar één keer per dag. Je kunt niet dinsdags twee keer trainen en dan woensdag een wedstrijd spelen. Speelde je ‘s zondags dan ging je donderdags en vrijdags twee keer trainen en zaterdag deed je het dan rustig aan en bereidde je dan voor op de wedstrijd..

Was dat in de jaren ’50 ook al zo?
Ik denk dat ik negentien was toen ik de sigarenzaak kreeg. Toen ik zeventien was moest ik 21 maanden in dienst. Ik zat bij de LUA, waar ik ook voetbalde. Je zat dan in een uithoek van Nederland. Verder van Amsterdam kon je niet zitten. Je mocht één keer in de week naar huis. Dat was heel lastig te combineren met Ajax. Ik zou een heel boek kunnen schrijven over alles wat ik daar meegemaakt heb. Ik mocht in die tijd de ene week spelen en de andere week moest ik paraat zijn. Dan mocht je zondagochtend wel weg. Ik ging met de trein dan naar Amsterdam maar je moest wel voor twaalf uur ’s avonds weer terug zijn. Die diensttijd is een onderbreking in mijn carrière geweest. Ik moest ook nog een keer op herhaling komen. Het is misschien goed om er een stuk van mee te maken maar twee jaar is wel erg veel.

Johan Cruijff werd vanuit Ajax gepusht om zijn middenstandsdiploma te halen (dit haalde hij overigens niet). Werd u op zo’n manier gepusht door de club?
Ik had al een sigarenwinkel. Ik had de MULO en ik wilde wat bereiken in het voetbal. Ik ben niet verdergegaan met leren. Daar was ook geen tijd voor. Mijn opa verkocht vis op de Dappermarkt en dan moest ik ’s avonds de kar wegbrengen. Ik moest ook thuis meehelpen, bij leveringen moest ik mee en dan verdiende ik wat zakgeld. Op mijn negentiende begon ik de sigarenwinkel.

Hoe lang heeft u die gehouden?
Tot het begin van de jaren zeventig, ik dacht 1973.

Dat liep allemaal goed. Bennie Muller zat in de Haarlemmerstraat. Co Prins in de Helststraat.

U bent volgens mij begonnen bij OVVO met Co Prins?
Ja, we hadden bij OVVO drie goede spelers. Co Prins, Van Heeswijk, een keeper waar ik nog meegespeeld heb in het militaire elftal, en ik. Zou zijn we begonnen. Van Heeswijk is naar Blauw Wit gegaan en ik samen met Co Prins naar Ajax.

Was Ajax toen al een club waar u tegenop keek?
Mijn vader was toen al gek van Ajax. Toen ik een jaar of vijf zes was mocht ik achterop de fiets en ging ik mee naar Ajax. Het was al sinds mijn jeugd dat ik naar Ajax ging. Ik had toen ook al een favoriete speler.

Mijn vader en opa gingen later ook naar al mijn wedstrijden inclusief de Europacup-wedstrijden, totdat ze overleden.

Ik heb met Michels een hele goede verstandhouding gehad. Ik heb nog met hem samen gespeeld. Ik speelde toen met meer oudjes. Klaas Bakker, Van Dijk en Van Mourik en Michels dus. Ik zei altijd trainer tegen hem in plaats van meneer Michels.

Michels had hele goede teksten. Hij was uitermate scherp. Hij heeft ons omgevormd tot echte profs. Hij wist dat als we naar de top wilden dat we het dan keihard moesten aanpakken. Spelers waren nummers, en voetbal was oorlog. Ik denk dat al die spelers die toentertijd gespeeld hebben allemaal persoonlijkheden geworden zijn.

Dreigde hij wel eens met het semi-prof bestaan? Zo van: je kan altijd nog in de winkel gaan staan als u niet helemaal scherp was?
Je moest mee in het stramien dat hij wilde. Als je tien minuten te laat kwam, dan moest je later terugkomen om de training in te halen. Hij was een man die hamerde op zelfdiscipline. Hard trainen, goed je rust pakken, Je moest wel willen onder hem. Je moest een liefhebber zijn die elke week wilde presteren. Maar daar gaat het toch ook om. Je moet elke week presteren. Dat moet voor het publiek dat geld betaalt om je te zien. Je kan niet altijd even goed spelen, in het normale leven heb je ook dagen dat je niet lekker bent, een slechte dag hebt. Maar je moet wel alles geven.

Als ik zondags gespeeld had dan had je het op maandag met klanten over de wedstrijd. Als zij vonden dat je slecht gespeeld had dan kon je daar tegenin gaan. Er werd over gepraat. Had je goed gespeeld dan zeiden klanten dat ook. Je moest in wedstrijden en trainingen rendement halen anders gaf de trainer je op je kop. Wij hebben vijf jaar hetzelfde team gehad en kenden elkaar heel goed. We wisten van elkaar wat we moesten doen. Was jij weg dan nam ik jouw taak over. Zo ging dat. Dat mis ik wel eens in tegenwoordige teams. Tegenwoordig is elke speler conditioneel goed, dat was toen niet altijd zo. Er is een goede medische begeleiding.

Een hele goede trainer, alleen de tweede keer dat hij terugkwam was het minder.
Toen ik bij het eerste speelde was hij (Cruijff) nog welp. Als ik hem zag spelen kon ik daar wel van genieten. Ik was een liefhebber, ik keek ook graag naar jeugdelftallen. Dat zie je nu niet meer. Eerste- elftalspelers die naar jeugdspelers kijken.Wij vonden dat leuk.

Ja wij speelden ook wel wedstrijden tegen jeugdelftallen. Dat waren fanatieke wedstrijden. Onder Buckingham, waar we het over hadden trainden we bijvoorbeeld voorzetten. Man passeren, voorzet geven. Je snapt niet dat sommige spelers dat nu niet beheersen. Dat werd er bij ons echt ingeramd.

Nee dat werd niet erg gevonden. De bedragen die werden uitbetaald waren niet zo hoog. Je kon ook niet weg bij je club. Als ik de kans had gehad om bijvoorbeeld in Italië of in Engeland te spelen en daar met mijn gezin te gaan wonen dan had ik dat wel gewild. Vooral Engeland vond ik een mooi land om te voetballen. Maar ik zou wel teruggekomen zijn bij Ajax, waar ik het vak geleerd heb. Henk Groot en Johan zijn weggegaan en later ook weer teruggekomen. Vroeger kon je niet makkelijk weg. Ajax was ook gewoon mijn club.
Het interesseerde mij echt niet wat andere jongens verdienden. Volgens mij is dat nu anders. Een speler moet voor zich zelf voetballen, niet zichzelf gaan vergelijken qua financiën.
In 1972 had Ajax een superjaar. We hebben toen vijf cups gehaald, de beker, landskampioenschap, Europacup, wereldbeker en supercup. Dat hebben wij toch maar gedaan als klein ‘kluppie’, uit een klein landje. Wij hebben drie Europacups gewonnen achter elkaar. Tegenwoordig is dat veel makkelijker. Je kan gewoon twee keer verliezen in de voorrondes van de Europacup en nog doorgaan. Toen was het gelijk knock-out systeem. We waren drie jaar top, dat is dan toch een fantastische prestatie. Hoe kan het nu dat tegenwoordig nummers drie in de Europacup zitten. De voetbalwereld van vandaag is niet meer te vergelijken met toen. Vroeger kreeg ik van Quick een paar schoenen met een extraatje. Dat vond ik prachtig maar als je ziet wat ze tegenwoordig verdienen voor een sponsorcontract.

We hebben een aantal supporters gesproken, zou u een aantal reacties willen lezen en kijken of wat ze zeggen klopt. Spelers en supporters kenden elkaar?
Wij woonden bij elkaar in de buurt, spelers en supporters. Spelers woonden ook bij elkaar in de buurt. Contact was er. Zo woonde Barry Hulshof bij mij in de buurt. Ik heb hem lid gemaakt. Op mijn aandringen mocht hij drie proefwedstrijden spelen. Hij is ook drie keer afgewezen. Maar uiteindelijk is hij bij de club gekomen en een van de beste verdedigers ter wereld geworden. Hij is toen in een jeugdelftal gekomen van Jany van der Veen. Dat gebeurt nog veel spelers die goed zijn maar het niet redden of via een andere club aan de top komen.
Met Wim Suurbier, een ander verhaal dan Hulshof, heb ik nog wel contact. Elk jaar met kerst is hij de eerste van wie ik een kaart krijg, fantastisch. Hij kwam van Amstel, daar was hij linksbuiten hij is rechtsback geworden.
Spelers onder elkaar waren ook vriendelijk.Wedstrijden Ajax-Feyenoord waren verschrikkelijk maar na afloop zat je gewoon bij elkaar. Ajax en Feyenoord zaten altijd bij elkaar ook bij het Nederlands elftal omdat we zo’n beetje hetzelfde zijn.

Ja, die was veel amicaler. Het was amateuristischer. Op de Meer hadden ze vijf man op kantoor nu zijn dat er veel meer. Terwijl als je nu belt en je hebt iets nodig dan wordt je eerst vijf keer doorverwezen terwijl je toen meteen geholpen werd.

Als wij onze voorlopige conclusie met u door mogen nemen.
Als eerste, het was een proces van amateur-semi-prof- fullprof wat wel zeker vijftien á twintig jaar geduurd heeft.
Bij Fortuna 54 waren de eerste profs. In 1954-55 is er het betaald voetbal gekomen. Ik kan mij de eerste Europacupwedstrijd nog herinneren toen hadden we vijf supporters bij ons. Dat was in Oost-Duitsland. De tweede ronde was tegen Vasas Budapest toen zat ik in een tentje op de hei in dienst.Het werd hier 2-2 en uit verloren we met vier nul. Die Hongaren waren echt fantastisch. Hongarije daar werd wereldvoetbal gespeeld. Ik heb later nog met een aantal spelers in het Europees elftal gespeeld. Toch vreemd, zij zijn nooit meer teruggekomen die Hongaren.

Het werd heel anders, er was geen winkel meer waar supporters een speler zagen. Ik verkocht in mijn winkel zeker duizend kaarten. Een staanplaats was vijf gulden, een zitplaats tien gulden. Ik vind het erbij horen dat supporters toch een praatje met je kunnen maken. Het is ongelooflijk dat ik nu 33 jaar nadat ik gestopt ben met voetballen nog op heel veel plaatsen herkend wordt. Ik heb gewoon geluk gehad dat ik goed kon voetballen, een goede timmerman is ook belangrijk. Ik was goed in mijn vak. Dan moet je je niet afkeren van supporters. Ik vind het leuk als mensen met je op de foto willen zoals afgelopen zondag. Tijdens een wedstrijd die ik speelde met Lucky Ajax was er een supporter die persé mijn shirt wilde en mij daarvoor wilde betalen. Alleen mag je eigenlijk geen shirt weggeven van Lucky Ajax. Ik heb hem toen een foto van het bekende schilderij gegeven met Cruijff, Keizer, Nuninga en mijzelf. Het was alsof hij een miljoen gewonnen had.

Ik denk dat Ajax altijd een naam had vanwege het technische voetbal. Ajax was een begrip en dat is het nog in Europa en over de hele Wereld. Ajax heeft altijd een goede jeugdopleiding gehad en een goede scouting. Ik moet zeggen, die andere clubs ken ik ook heel goed. Blauw Wit was ook een hele goede, rijke club maar daar was volgens mij het bestuur en de organisatie nooit echt gegroeid naar een professioneel geleide club. DWS eigenlijk hetzelfde verhaal. In het Olympisch stadion zaten nooit zoveel supporters voor die clubs. De Volewijckers, ik kende al die jongens, daar heb ik nog tegen gespeeld in de jeugd. Maar daar kwamen dan drieduizend mensen. Ajax heeft altijd een goede organisatie gehad en goede voetballers en veel supporters. Of Amsterdam te klein is voor meerdere topclubs weet ik niet. Er had er wel een bij gekund. In Rotterdam zie je het ook. Daar bungelt Sparta er ook maar een beetje bij. Maar als je Londen en Milaan ziet.

Wat was de relatie tussen de Watergraafsmeer en Ajax?
Het is minder geworden omdat je daar weggetrokken bent. Ik kwam vaak in de Meer. Uw buurman is een goed voorbeeld. Hij kwam ook naar trainingen en bij mij in de winkel. Ik heb er vanaf mijn tiende gespeeld. Het is moeilijk om er huizen te zien staan op de plek waar eens de Meer stond.

Je kon op je tiende lid worden van Ajax, alleen tellen ze je lidmaatschap vanaf je twaalfde. Ik wordt achtenzestig, dus ik ben eigenlijk vanaf mijn tiende achtenvijftig jaar lid. Maar het is zesenvijftig omdat ze vanaf mijn twaalfde tellen. Je begon als welp, daarna speelde in je in leeftijdscategorieën dus 12 tot 14 en 14 tot 16 en 16 tot 18. Bij mij ging het snel, ik was fysiek vrij snel, en sterk.

Share.

Leave A Reply