Ajax en de band met de Watergraafsmeer (deel 66)

0

Interviews met supporters

Auteur: Kees Rotgans, Roland de Weert, Gerhard Broers

AJAX Stadion De Meer 1934 – 1996 ansichtkaart . Kaart eigendom John Haen Alle rechten voorbehouden

Voetbal en stadswijken: een verbroken relatie

Titel van een onderzoek aan de Vrije Universiteit door Kees Rotgans, Roland de Weert en Gerhard Broers tijdens het werkcollege sportgeschiedenis door Prof. Dr. Th. Steven.
De periode omvat de jaren ’50 tot ’80.
Het onderzoek bestaat uit 3 delen: de Watergraafsmeer, AJAX en interviews met AJAX-fans.
Met dank aan Gerhard Broers voor het beschikbaar stellen van het resultaat van dit onderzoek.

Nr. 08 – Interview met Charles van Kinsbergen (65+).

Beroep: Functionaris bij een verzekeringsmaatschappij/ABN-AMRO. Supporter vanaf 1958. Donateur vanaf 1960. ‘Werkend lid’ van AJAX vanaf 2003

Herinneringen
Charles van Kinsbergen bezocht vanaf 1958 zowel de uit- als de thuiswedstrijden van AJAX. Ook de trainingen werden slechts zelden overgeslagen. Uit de verschillende topclubs die op dat moment in Amsterdam actief waren koos hij AJAX vanwege het feit dat het voetbalpubliek in West hem niet aanstond en het gegeven dat AJAX in zijn ogen mooier voetbal speelde. Verder had Ajax een eigen stadion. Hij vertelt over die periode:

‘In die beginfase was ik nog vrijgezel. De gehele zondag stond in het teken van voetbal van 10.00 uur tot 16.00 uur en daarna keken we naar “Sport in Beeld”. Van 10.00 uur tot 12.00 uur keek ik naar de junioren en als die niet speelden naar de amateurs. Om 14.00 uur speelde het eerste van AJAX . Na mijn huwelijk ging dit gewoon door om de 14 dagen. De wedstrijden thuis werden met de tram of lopend bezocht. Ik woonde in die tijd in de Helmholtzstraat. Mijn vrienden kwamen niet uit de Watergraafsmeer. AJAX had reeds in deze tijd (± 1960) een buurtoverstijgende functie. De club had een betere uitstraling door bijvoorbeeld de internationale jeugdtoernooien Verder was er natuurlijk het eigen stadion, een eigen huis.

Naar de uitwedstrijden met vrienden
Hij bezocht verder met 3 vrienden naast de thuiswedstrijden ook de uitwedstrijden:
‘We gingen meestal gezellig eten, bijvoorbeeld in een goed restaurant. Twee van de vier waren vrijgezel. Otto was leraar Frans. Er was een onderdirecteur van de AMRO bij. We gingen naar de uitwedstrijden met de trein of met de auto’.
De kaarten verkregen we via de voorverkoop of we kochten ze aan de kassa van de betreffende club. De dag stond dus niet alleen in het teken van het voetbal.

Naast de uit- en thuiswedstrijden bezocht Charles van Kinsbergen ook regelmatig de trainingen:
‘In de semi-prof periode waren de trainingen altijd ’s avonds. AJAX was één van de weinige clubs met verlichting op de trainingsvelden in de ‘50/’60 jaren.’

Werkend lid
Als donateur van AJAX verkreeg Charles van Kinsbergen in 2003 de status van “Werkend Lid” dat b.v. gelijk stond met de status die b.v. spelers verkregen. Als donateur bezocht hij de jaarvergaderingen. Aan andere activiteiten zoals kaartavonden, schaakavonden had hij geen behoefte.

Hij kende de spelers
De binding met zijn club ging echter verder dan een lidmaatschap en het bezoeken van de wedstrijden. Over toen en nu vertelt hij:
‘Ik kende die jongens. Hoogerman ,Swart, Van Maurik, Andriessen, Bennie Muller. Al die jongens kende ik. Ze hadden een goede band met de supporters. Tegenwoordig heb je dat niet meer niet meer met de spelers. Je komt er niet meer bij.Ik ga ze ook niet achterna lopen.
Als ze via de junioren komen heb ik nog wel eens contact. De adoratie wordt natuurlijk ook wat minder met de jaren”. Vroeger kende je iedereen, bijvoorbeeld een oude suppoost kende ik al 20 jaar. Je vroeg dan altijd hoe het ermee ging. Nu kom je na 30 lid te zijn bij de club en gaan ze je fouilleren! Het was wel een oud stadion maar het had toch zo zijn intimiteit. Door de mensen’.

Wat maakt AJAX zo’n speciale club?
‘Het stadion. Het spel. De warmte en de herkenning van de mensenl. En verder de kleinschaligheid. In de jaren ’60 en ’70 was de groep mensen die ik kende groter dan nu. Als ik in de ochtend in het restaurant kwam waren daar zo’n 20 tot 30 mensen die ik kende. Er was een vaste groep donateurs. Je kende elkaar. Maar ook nu kan je nog wel eens plezier hebben achter de goal bij de jeugd of de amateurs. Zo kennen we elkaar alleen bij voor- of bijnaam, bijvoorbeeld “Opa”of Stenengooier”. Hij gooide niet met stenen maar had een steen door zijn autoruit gekregen. Hij stond een keer links achter de goal en kreeg een bal tegen zijn kop. Toen hij rechts ging staan gebeurde het nog een keer. “Nu achter het doel gaan staan Stenengooier” riepen wij, en even later werd er gescoord! Nu is er veel verloop. De warmte, het “wij”gevoel en de gezelligheid is voor een groot gedeelte weg. Je zit tussen vreemden’.

Was er sprake van een binding tussen de buurt en de club?
‘Sjaak Swart had een winkel in Oost. In de Spaarndammerbuurt zouden zijn ramen eruit liggen. DWS en AJAX was moord en doodslag. Je zat soms naast elkaar maar er werd weinig tot niet gesproken. Er zat in die tijd al veel racisme bij DWS. Van die kant kwamen ook de eerste racistische spreekkoren. Hun voetbal was altijd op kracht gebaseerd. Als Keizer bijvoorbeeld Flinkevleugel passeerde dan kreeg hij een doodschop. Dan was het oorlog op de tribune! AJAX en DWS werd nooit wat. Dat bleef zo met FC-Amsterdam. Er stapte wel eens een speler over maar dat gebeurde zelden. Het publiek lag elkaar niet. We noemden ze “DWSSérs” of “Door Windkracht Sterk”.

Over de komst van allochtonen zegt hij:
‘In de jaren ’60 was dat geen probleem. De laatste 10 jaar manifesteren ze zich met sfeerteams met tromgeroffel. AJAX heeft veel allochtone jongens in het elftal Volgens de trainer kost het soms een jaar voordat die jongens in het gareel zitten. Er zitten veel goede spelers tussen, bijvoorbeeld de Surinaamse jongens’.

Over de invloed van de media:
‘Michels zei altijd: “Als het slecht gaat met voetbal dan krijgen de mensen andere interessen, dan gaan ze naar de camping”. Je moet ze niet verliezen. Mensen gingen vroeger in de regen staan voor een wedstrijd.

‘De verandering verliep geleidelijk. In de jaren ’60 waren het semi-profs. Tegen 1970 gingen ze meer verdienen.

‘Dat was een beleidskwestie. Op het juiste moment geldmiddelen vinden. Ik weet nog dat het slecht ging. We kwamen bij elkaar om geld in te zamelen, een paar ton om een speler te kunnen kopen. Dat kon natuurlijk niet maar het idee alleen al. En natuurlijk is er de unieke internationaal bekende jeugdopleiding. Die is wereldberoemd’.

Prijs van de seizoenkaarten van Charles van Kinsbergen van 1960 tot 1980:

1960 – 1961 fl. 55.15
1961 – 1962 fl. 5515
1962 – 1963 fl. 50.15
1963 –1964 fl. 50.15
1964 – 1965 fl. 55.15
1965 – 1966 fl. 55.15
1966 – 1967 fl. 75,-
1967 – 1968 fl. 125,-
1968 – 1969 fl. 125,-
1969 – 1970 fl. 125,-
1970 – 1971 fl. 150,-
1971 – 1972 fl. 200,-
1972 – 1973 fl. 200,-
1973 – 1974 fl. 200,-
1974 – 1975 fl. 225,-
1975 – 1976 fl. 280,-
1976 – 1977 fl. 325,-
1977 – 1978 fl. 325,-
1978 – 1979 fl. 325,-
1979 – 1980 fl. 340,-

Verder is er het verhaal van de wedstrijd Fenerbahce – Ajax 1969. Het is het door Charles van Kinsbergen opgetekende reisverslag van een groepje AJAX supporters in Istanbul.
Zie ook de leuke reactie van Klaas Nuninga.

Share.

Leave A Reply