Ajax en de band met de Watergraafsmeer (deel 69)

0

Interviews met supporters

Auteur: Kees Rotgans, Roland de Weert, Gerhard Broers

Ajax gezien vanaf de Oosterringdijk – Foto: Beeldbank Amsterdam Alle rechten voorbehouden

Voetbal en stadswijken: een verbroken relatie

Titel van een onderzoek aan de Vrije Universiteit door Kees Rotgans, Roland de Weert en Gerhard Broers tijdens het werkcollege sportgeschiedenis door Prof. Dr. Th. Steven.
De periode omvat de jaren ’50 tot ’80.
Het onderzoek bestaat uit 3 delen: de Watergraafsmeer, AJAX en interviews met AJAX-fans.
Met dank aan Gerhard Broers voor het beschikbaar stellen van het resultaat van dit onderzoek.

Nr. 11 – Interview met Lejo Letchert ten tijde van het interview 67 jaar oud)

Woonachtig in Udenhout, maar afkomstig uit Amsterdam. Het opleidingsniveau is MBO zwemonderwijzer (nu) – Grafische School (toen). Van beroep zwemonderwijzer (gepensioneerd.

Tot 1963 in Amsterdam gewoond
Ik ben geïnteresseerd gebleven in het Amsterdamse voetbal zolang als dat ik er gewoond heb, daarna deed het me niets meer. In 1963 heb ik Amsterdam verlaten. Ik vind voetbal nu nog leuk om te zien maar het kan me niet schelen wie er wint.

Binding met de club?
Die was er wel, de club waar je voor was kon je gebruiken om anderen te jennen. Als Ajax slecht gespeeld had dan kon je een supporter daarmee klieren. Mensen uit Zuid waren over het algemeen voor Blauw-Wit. Ajax was volgens mij de enige club die een uitzondering hierop was. Het was een andere tijd, clubs hadden nog maar één shirt zonder sponsors hierop. Het jennen deden we ook door namen te vervormen. Zo noemden wij DWS de zware schapen. Andere clubs waren ver van je bed, dat interesseerde je niet. Na verloop van tijd mocht ik niet meer naar Ajax of Blauw-Wit. We mochten alleen nog naar DCG, een katholieke club die was opgericht door de Jezuïeten en waar ze ook aan de kant stonden. Het katholieke kwam niet in de naam voor, de club kwam niet voor haar katholieke identiteit uit. Het werd gepusht vanuit de kerk om naar die club te gaan. We waren zwaar katholiek, dus mijn vader legde ons dit op. De man van mijn oudste zus voetbalde voor DCG. Mijn vader zei dat als we voetbal wilden zien dat we maar naar DCG moesten. Hij regelde geen kaarten meer voor Ajax of Blauw-Wit. We moesten dan wel helemaal naar Sloterdijk lopen.

Is er volgens U veel veranderd in het spel van de jaren ’50 tot ’80?
Ja/Nee.
Ja, de gein is eruit. Het voetballen ging om voetbalkwaliteiten, om techniek. Niet om op gemene manier spelers van de tegenstanders uit te schakelen. Daar heeft Michels voor gezorgd. Er werd niet getraind op smerige overtredingen. De spelers konden het wel. Bij een erge overtreding schrokken spelers en de scheidsrechter ook, de scheids had meer gezag. Als de club verloor dan was de club helemaal niks, maar dat was niet de schuld van de scheidsrechter. Spelers hadden wel status in de buurt. Ik kan me een keeper van Blauw-Wit herinneren Van Raalte ( ik dacht dat zijn voornaam Piet was – volgens de redactie was het Herman). Hij had een bloemenzaak. Van Raalte was ook iemand die veel dronk. Tijdens een wedstrijd waar Blauw-Wit een grote voorsprong had ging hij de tegenstander helpen te scoren. Daar konden mensen op de tribune dan erg om lachen.

Welke invloed denkt u dat de media (TV o.a.) heeft gehad op het voetbal?
Wij volgden voetbal niet zo actief dat we naar de radio luisterden. Er waren wel kranten en we hadden een distributieradio met vier zenders. We hoopten dat de club zou winnen. Won de club dan gaf dat een soort status. Verloren we dan scholden we op de club. Ik verhuisde uit Amsterdam in 1963, ik was vijfentwintig. De interesse in het voetbal was vervolgens weg. Uit Amsterdam verhuisde ik naar Breda vervolgens naar Heerhugowaard, Hoorn, Coevorden en uiteindelijk Udenhout. Ik heb altijd in een boerendorp willen wonen. Ik zat als kind bij een kerkkoor en dan moesten we soms buiten de stad zingen. En toen leek het me al wat om buiten Amsterdam te gaan wonen. Ik werd niet gemotiveerd om een opleiding te volgen, ik heb de Grafische school gedaan. Dat staat gelijk aan een MBO opleiding. Het was belangrijk om geld te verdienen. Ik was leerlinggezel. Ik weet niet wat mijn andere broers en zussen zijn gaan doen. Ik heb geen contact meer met hen.

Waarom, volgens u, heeft Ajax zich wel tot een topclub ontwikkeld en de andere Amsterdamse clubs niet?
Dat weet ik niet, wel weet ik dat Ajax een gesloten club was waar je niet binnen kwam. Ze wisten daar hoe je geld moest verdienen, een echte ‘Jodenclub’.

Share.

Leave A Reply