Behangfabriek Rath & Doodeheefver

4

31 december 1933 – 31 december 1982

Auteur: René van Eunen – Verteller: Bert van Eunen is in 1939 in de Eerste Atjehstraat geboren. In 1949 verhuisde hij met zijn ouders en broers naar de Tugelaweg. Sinds 1980 woont hij met zijn vrouw in de Watergraafsmeer.

Rath & Doodeheefver, 1 september 1934.
Foto: Polygoon. Bron: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam. Alle rechten voorbehouden

Rond 1965 kwam ik vanuit het hoofdkantoor aan de Prinsengracht naar de fabriek aan de Duivendrechtsekade.

De firma Rath & Doodeheefver opende in 1934 een grote behangfabriek aan de Duivendrechtsekade 54 in de Watergraafsmeer. De door R&D in 1926 opgerichte Eerste Nederlandsche Behangselpapierfabriek in Schiebroek was, doordat de zaken zo goed liepen, te klein geworden. Veel werknemers uit die fabriek kwamen werken in de nieuwe fabriek. Zij kwamen ook in de omgeving wonen, voornamelijk in de Watergraafsmeer, Diemen en Duivendrecht.

Rond 1965 kwam ik vanuit het hoofdkantoor aan de Prinsengracht, waar ik als jongste bediende in 1954 begon te werken, naar de fabriek aan de Duivendrechtsekade. Ik werkte daar als chef Collectieatelier en later als productmanager. In de fabriek werkten ongeveer 230 mensen. In 1971 leerde ik in de fabriek mijn vrouw kennen, zij kwam in dat jaar op de zichtafdeling werken. Inmiddels zijn wij 35 jaar getrouwd.

Op het fabrieksterrein stonden twee woonhuizen. In het witte huis woonde fabrieksdirecteur Coops met zijn gezin en in het andere huis de chef technische dienst dhr. Schutte met zijn gezin. Vlakbij de fabriek lag een pontje waar natuurlijk ook het personeel gebruik van maakte. R&D had een eigen dekschuit. Met deze dekschuit vervoerde de schipper het behang vanaf de fabriek naar het pakhuis van R&D ‘De Vergulde Arend’, recht tegenover het hoofdkantoor aan de Prinsengracht.

Aan de Duivendrechtsekade waren ook nog andere bedrijven gevestigd, waaronder de studio van Joop Geesink. Hij was bevriend met dhr. F. C. Doodeheefver en heeft een kinderkamerdessin ontworpen welke in 1965/66 als behang werd uitgebracht. Op de R&D film ‘De kamer van IK’ uit 1965 is Geesink aan het werk te zien met het ontwerp hiervan.

In 1982 kocht R&D concurrent Goudsmit-Hof en deze handelsmaatschappijen werden in 1983 samengevoegd tot een werkmaatschappij met een hoofdkantoor aan de Contactweg in Amsterdam, een fabriek in Rijen en 14 landelijke verkooppunten. Dit betekende het einde voor de fabriek aan de Duivendrechtsekade Onze prachtige fabriek werd gesloten en gesloopt. Veel werknemers werden ontslagen, anderen verhuisden mee naar Rijen. Met pijn in ons hart hebben wij dit allemaal zien gebeuren.

De opening van de fabriek in 1934. Op de voorgrond staan: J.C. Doodeheefver (uiterst rechts), F. C. Doodeheefver (4e van rechts), P. J. Doodeheefver (5e van rechts) en H. P. Doodeheefver (6e van rechts). Het jongetje achter de rechterschouder van laatstgenoemde is zijn zoon, de latere kunstschilder Joop Doodeheefver.
Foto: collectie Bert van Eunen © Alle rechten voorbehouden

Uitnodiging van Rath & Doodeheefver.
Bron: Geheugen van Nederland. Alle rechten voorbehouden

Bedrijfsvoetbal 1970/1971 .
Foto: Bert van Eunen Alle rechten voorbehouden

Bedrijfsvoetbal .
Foto: Bert van Eunen Alle rechten voorbehouden

Bert van Eunen in 1977 aan het werk in het atelier.
Foto: collectie Bert van Eunen. Alle rechten voorbehouden

Bert van Eunen krijgt t.g.v. zijn 25-jarig dienstjubileum in 1979 door J. C. Doodeheefver, in het bijzijn van diens zoon Frits Doodeheefver (rechts), een penning opgespeld van de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel.
Foto: collectie Bert van Eunen. Alle rechten voorbehouden

Bert van Eunen en E. Casoetto 25 jaar bij R&D – 1979 .
Foto: Bert van Eunen Alle rechten voorbehouden

Luchtfoto uit de jaren ’30.
Foto: collectie Bert van Eunen. Alle rechten voorbehouden

De situatie in 2012 op ongeveer de plek waar de hoofdingang van R&D was. In dit gebouw is een psychiatrische kliniek met cursuslokalen gehuisvest. Foto: René van Eunen. Alle rechten voorbehouden

Share.

4 reacties

Leave A Reply