Bloemenstal en stoomtram

0

31 december 1929 – 31 december 1950
Auteur: Dineke Rizzoli – Verteller: Peter C. Meijer (1944) was van 1969 tot 1976 leraar aan de Don Bosco-school op de Polderweg. Zijn ouders woonden op de Tweede van Swindenstraat 101. In 1945 verhuisden zij naar de Makassarstraat, in 1955 naar de Palembangstraat. Tot 2002 was hij directeur onderbouw mavo/vwo aan het Minkema College, Woerden.

 Zomer 1948: opa Meijer met zijn bloemenstal. Bij hem staan beide dochters en de schoondochter van de filiaalchef de Lang. Hij en zijn echtgenote overzien, boven uit het raam hangend, de hele scene. (Met dank aan mevrouw Groot) Alle rechten voorbehouden

Zomer 1948: opa Meijer met zijn bloemenstal. Bij hem staan beide dochters en de schoondochter van de filiaalchef de Lang. Hij en zijn echtgenote overzien, boven uit het raam hangend, de hele scene. (Met dank aan mevrouw Groot) Alle rechten voorbehouden

Lolina Nobel werd geboren in 1884. Haar vader kwam van Ameland en in Amsterdam-Oost was toen een Amelandergemeenschap. Veel Amelanders werkten in de scheepvaart. Lolina trouwde, maar werd snel weduwe en hertrouwde met Johannes Petrus Meijer, die vier jaar jonger was. Zij kregen vijf kinderen. Kleinzoon Peter vertelt over zijn grootouders: “Mijn opa was bloemenkoopman. Zijn kraam stalde hij op de hoek van de Zacharias Jansestraat, waar eens de Vana-kruidenier zat (nu Dam’s feest/theaterartikelen).” De standplaats naast de kruidenier was lucratief. De Vana-Kruidenier ( Van Amerongenfamilie) was voor de oorlog de grootste grutter van Amsterdam met tientallen buurtwinkels. Maar de Vana ging niet met de tijd mee en verdween in 1970.

“Opa’s kar stond in de Linnaeusdwarsstraat. In zijn laatste jaren had hij een bloemenwinkeltje ‘Else Poulse’ (genoemd naar een rozensoort), links aan de Archimedesweg vlak voor de spoortunnel naar de Molukkenstraat. Hij overleed in 1950.” Staande met zijn bloemen aan de Middenweg zag grootvader Meijer vele malen de Gooische Stoomtram zuchtend en stomend voorbij sukkelen. Het hoofdkantoor annex remise aan de Middenweg 65 was immers vlakbij. Hoe de stoomtram kon sukkelen beschreef E. Molinero in ‘Ons Amsterdam’ in 1979: “Halverwege de helling Hogeweg-Ringvaart begonnen de wielen van het locomotiefje door te slaan, de gang was er uit en het geval zakte langzaam de helling af. De jeugd kwam in het geweer om zand op de rails te strooien. Een inmiddels gereed gemaakte reservelocomotief moest het treinstel opduwen.” Maar de Gooische Stoomtram legde het af tegen de modernere vervoersmiddelen en verdween in 1939. Bloemenman Meijer heeft het allemaal meegemaakt.

Share.

Leave A Reply