01 – Boerderij Voorheen, Kruislaan 350/hoek Ooster Ringdijk

0

1800 – 2018
Auteur: Jo Haen – Verteller: Marie Hopman (1934)
Geboren in Amsterdam en heeft tot 1959 in de boerderij gewoond.

Boerderij Voorheen (heette eerst Dijkzicht) – Afgebroken in 1973 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Een stukje geschiedenis
Deze grote boerderij (eerst Dijkzicht genaamd) werd gebouwd aan het eind van de 18e eeuw en komt voor in een notariële acte uit 1849 waarin de Hoogedelgeboren Vrouwe Wilhelmina Cornelia Dedel, na het overlijden van haar man jonkheer Henrick Backer, wonende te Amsterdam op de Keizersgracht bij de Spiegelstraat, de boerderijen Voorheen en Landlust (de latere Annahoeve) met alles wat aldaar aard- en nagelvast is of daartoe behoort, met negenendertig bunders, negenveertig roeden, dertig ellen weiland, verkoopt aan Hendrik van den Broeke, dijkgraaf van de Watergraafsmeer voor de prijs van
fl. 27.000,–.

Op 08 augustus 1850 kwamen de 2 boerderijen met de grond door erfenis aan Anna van den Broeke, minderjarige dochter van wijlen Hendrick van den Broeke Uyt den Boogaard. Toen werd de naam van boerderij Landlust veranderd in Annahoeve.

Op 02 december 1853 erfde Yzaak Siepman van den Berg, minderjarig kind van A.H. van den Berg en Anna van den Broeke de boerderijen. Hij trouwde met Mary Rebecca Jansen Eycken Sluyters. Het huwelijk bleef kinderloos. Daarom werd de oudste zoon van zijn halfbroer Jan Jacob erfgenaam en werden uiteindelijk, op 26 februari 1920, de erven van Abraham Siepman van den Berg (1886-1919), n.l. diens weduwe Hesterina Amalia Halbertsma en hun minderjarige kinderen Jan Jacob, Dorothee Auguste Marianne en Marie Siepman van den Berg onverdeeld eigenaren van Voorheen en Anna Hoeve.
Wat de naam van boerderij Voorheen betreft gaat het verhaal dat de naam herinnert aan het feit dat de hooiwagens voor het huis langs moesten om het hooi in de hooiberg te kunnen binnenhalen.

Jan Jacob Siepman van den Berg verpachtte boerderij Voorheen aan Rikkert ter beek (1858-1942). Hij was getrouwd met Maria Nagel (1864-?). Zij bleven op de boerderij wonen toen hun zoon Joost (1891) hem opvolgde.

De eigenaar verkocht in 1963 het 36 ha. grote terrein achter Anna Hoeve en Voorheen aan de Universiteit van Amsterdam voor de bouw van laboratoria voor de biologische sectie van de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen. Volgens de schoonzoon van Joost ter Beek, Jan Hopman, werd de eigenaar ƒ 80.000,– geboden voor de 2 boerderijen en de bijbehorende grond.

De historische boerderij Voorheen werd in 1973 afgebroken. Door deze veranderingen verdween praktisch al het grasland uit de Watergraafsmeer. Ook de brongasketel, waaruit tijdens de Tweede Wereldoorlog nog gas betrokken was, werd verwijderd. De familie van Joost ter Beek vertrok naar een huis in Abcoude. Dochter Marie was al in 1959 naar Diemen verhuisd na haar huwelijk met Jan Hopman, een boerenzoon uit Diemen. Zij vertelt in onderstaand verhaal haar jeugdherinneringen aan het leven op boerderij Voorheen.

Familie ter Beek bij het 25-jarig huwelijk in 1943 van Joost en Pietertje ter Beek, ouders van Marie (middenvoor). Achter haar broer Rikkert en zus Klaasje – Foto: Marie ter Beek – Alle rechten voorbehouden

Mijn jeugd op boerderij Voorheen

Marie Hopman, geboren ter Beek, werd in 1934 geboren in een bedstee van boerderij Voorheen, Kruislaan 350/hoek Ooster Ringdijk, en heeft daar tot haar huwelijk in 1959 gewoond.
Haar ouders, vader Joost ter Beek (1891) en moeder Pietertje ter Beek-den Hartog (1889) hadden bij haar geboorte in 1934 al 2 kinderen: Rikkert en Klaasje Hendrika. Na deze twee kinderen kwamen er 2 levenloos ter wereld. Tussen Rikkert, Klaasje en Marie was daardoor een groot leeftijdsverschil en werd ze als een nakomertje beschouwd.

Melken met de hand
In de winter hadden we 25 melkkoeien op stal, terwijl er ’s zomers ook nog een aantal z.g. ‘vetweiders’ gehouden werden, die voor de slacht bestemd waren. De melkkoeien werden met de hand gemolken, 8 à 9 koeien per melker. Mijn vader had een paar losse werkkrachten in dienst, Jan Kortenhoef was een van hen. Ikzelf moest als kind ook meehelpen bij het melken.

Vader Joost met de melkwagen op weg naar de melkslijters – Foto: Marie ter Beek – Alle rechten voorbehouden

Met paard en wagen naar de melkslijter
Vóór de oorlog werd de melk met paard en wagen naar een melkslijter in de Watergraafsmeer gebracht, die de melk dan weer doorverkocht aan zijn klanten. ’s Morgens om half 7 moest de melk al bij de slijter bezorgd zijn.
In het voorjaar, in april, werd er een overeenkomst voor het hele seizoen afgesloten. Mijn vader moest dan dagelijks een bepaalde hoeveelheid melk tegen b.v. 3 cent per liter leveren. Onze boerderij was tegen de Ringdijk aan gebouwd. Als het ’s winters glad was door sneeuw of vorst werd het paard al in de stal ingespannen. En werden er schroeven in de hoefijzers bevestigd zodat het dier meer grip had op de gladde weg. Als de staldeuren open gingen moest het paard meteen vaart maken om op de dijk te kunnen komen.

Bietenpulp
In de herfst kocht mijn vader bietenpulp (afval van suikerbieten), wel 50 ton, als veevoer. Dat werd per schuit via de ringvaart aangevoerd. Het was nog een hele klus die pulp de dijk af naar de boerderij te versjouwen. Daarnaast werd ook z.g. ‘kuilgras’ (ingekuild gras) als veevoer gebruikt. Dat stonk wel heel erg.

Naar de markt in een Plymouth
Mijn ouders waren niet onbemiddeld, mijn vader reed in 1934 al in een Plymouth, waarmee hij naar veemarkten ging om te handelen. Naast boer was hij n.l. ook veehandelaar. Op maandag ging hij naar de veemarkt in Amsterdam, dinsdag naar Purmerend en op zaterdag naar Utrecht.

De ketel voor het brongas – Foto: Peter Hormeijer – Alle rechten voorbehouden

Brongas
Op het erf bevond zich een ketel met brongas. Dat gas kwam uit water uit de grond, soms wel 30 meter diep. Het werd gebruikt voor de verlichting en in de keuken om op te koken. Als het slecht weer was kwam de ketel steeds meer omhoog. Bij mooi weer was er bijna geen gas en moest er aan de ketel geschud worden.

Hogewegschool en huishoudschool
Ik heb op de Hogewegschool gezeten, waar meester de Koning hoofd van de school was. Daarna ging ik, zoals zoveel meisjes in die tijd, naar de Huishoudschool (in de Rustenburgerstraat). Daarna heb ik tot mijn huwelijk in 1959 thuis op de boerderij ‘onder de koeien’ gewerkt.

Marietje ter Beek op de Ooster Ringdijk vlakbij de boerderij – 1942 – Foto: Marie ter Beek – Alle rechten voorbehouden

Samen in een tweepersoons ledikant
Mijn grootouders woonden ook op de boerderij. Opa van vaders kant vond het vreselijk als ik kniekousen droeg. “Moet je ‘rummetiek’ in je poten krijgen?” was zijn commentaar dan. Na het overlijden van mijn grootouders werd het gedeelte van de boerderij waar zij gewoond hadden verbouwd. Er kwam een lange gang met 2 slaapkamers. Verder waren er links de huiskamer en rechts 2 slaapkamers. Ik sliep samen met zus Klaasje in een van die kamers in een tweepersoons ledikant. Ik vond dat best gezellig. Er was ook een kelder waarin weckflessen met groenten en fruit werden bewaard. En in de opkamer daarboven was een bedstee.

Feesten in de stal en de schuur
Grote feesten zoals bruiloften vierden we in de stal of in de schuur. Die werden dan schoongemaakt, versierd en ingericht. Er kwamen dames om te koken en om allerlei lekkers klaar te maken, terwijl ze ook voor de bediening zorgden. Er was muziek, er werden sketches gedaan en de voetjes gingen van de vloer voor de polonaise. Ook deden we de stoelendans en ‘knijpogen’ (ouderwetse spelletjes). Het was allemaal heel eenvoudig maar super gezellig!

De verjaardagen van mijn ouders werden altijd gevierd. Ik heb daarvoor verschillende gedichtjes uit het hoofd geleerd en voorgedragen. En met St.Nicolaas op 5 december bleef het raam van de opkamer ‘los staan’. Sint en Piet dekten daar ’s nachts de tafel en ’s morgens stonden er voor ieder een cadeautje en lekkers klaar. Toen we ouder waren vierden we het op Sinterklaasavond met cadeaux, gedichten e.d.

Met Kerst en Oud en Nieuw was het ook altijd heel huiselijk en gezellig. We gingen met elkaar naar de kerk, (Emmakerk) zongen en speelden op ’t orgel en aten heel lekker. Maar het werk op de boerderij moest ook gedaan, dus ’t was niet enkel ‘zondag houden’.

Boerderij Voorheen gezien vanaf de Ooster Ringdijk – Foto: Marie ter Beek – Alle rechten voorbehouden

Oud en Nieuw in oorlogstijd
Tijdens de oorlog kon en mocht er niet veel. Ik was meestal thuis. De deuren bleven gesloten en de ramen werden verduisterd. Ondanks alles wel huiselijk en knus. We hadden ineens ook veel vriendinnen, die op de boerderij kwamen spelen. Dat was vanwege de melk die ze bij ons kregen.

Ik herinner me dat we een keer in de oorlog Oud en Nieuw vierden met een heleboel neven, nichten en vrienden en dat we toen ‘schimmelden’ een soort spel. Ik vond dat geweldig! Iedereen bleef toen slapen, want je mocht ’s avonds en ’s nachts niet over straat.

Uitgaan tussen de melktijden
Uitgaan was er in die tijd niet bij. We gingen wel eens een dagje weg, tussen de melktijden. Maar dan meest op familiebezoek. Mijn vader kocht in 1934 al een auto, dat was heel wat voor die tijd.

Mijn moeder was een zachte, lieve vrouw terwijl mijn vader’s wil wet was. Zij sprak mijn vader aan met ‘U’, heel apart. Toch hadden ze een supergoed huwelijk. Helaas overleed ze in 1949 na een ernstig ziekbed op 59-jarige leeftijd. Ik was toen 15 jaar.

In 1959 trouwde Marie met Jan Hopman. Hier wordt Marie door Jan bij het ouderlijk huis met de trouwauto opgehaald – Foto: Marie en Jan Hopman-ter Beek – Alle rechten voorbehouden

Verkering en trouwen
Ik kreeg verkering met Jan Hopman die op een boerderij in de Ouddiemerlaan in Diemen woonde. Als we uit geweest waren, natuurlijk op de fiets, gingen we altijd bij Haentje op het Galileïplantsoen een kroketje uit de automaat trekken.

We trouwden in 1959 en gingen toen in Diemen op de boerderij van Jan wonen. We kregen 2 zonen die ook boer zijn geworden. Het boerenbedrijf is tegenwoordig heel anders dan in onze tijd. Veel wetenschappelijker, bijna alles gaat via de computer. Zelf wonen we nu alweer 30 jaar in Maarssen.

Boerderij afgebroken
In 1973 is de boerderij aan de Kruislaan afgebroken. De eigenaar verkocht het aan de Universiteit van Amsterdam. Heel jammer, het stond niemand in de weg want nog steeds is het een kale, lege plek in de dijk. Het gebiedje heet nu Science Park. Er staan grote, hoge universiteitsgebouwen en is onherkenbaar geworden. We zijn er nog wel eens gaan kijken. Ik hoef niet te vertellen hoe we ons toen voelden.

Onder de onderstaande informatie over het boek Boerderijen in de Watergraafsmeer staat een lijst met alle verhalen uit het boek, die op deze site staan.

Bovenstaand verhaal is afkomstig uit mijn boek
Boerderijen in de Watergraafsmeer – Van Anna Hoeve tot Vergulden Eenhoorn.

Verkrijgbaar voor € 19,20 bij Linnaeus Boekhandel – Middenweg
of bij Jo Haen vriendenvanwatergraafsmeer@gmail.com

Onderstaand de lijst met linken van de verhalen uit het boek

01 – Boerderij Voorheen, Kruislaan 350/hoek Ooster Ringdijk
02 – De Annahoeve, herinnering aan een tijd die voorbij is
03 – De Vergulden Eenhoorn
04 – Melkboer Prins van de Vergulden Eenhoorn
05 – Bij opa Gerrit Kars in de Vergulden Eenhoorn
06 – Boerderij Pavonia, Ooster Ringdijk 15
07 – De laatste boer in de Watergraafsmeer, Schagerlaan
08 – Hofstede Winterbouw Ooster Ringdijk 74
09 – Boerderij Egassan Ooster Ringdijk 75
10 – Boerderij de Waterhond Ooster Ringdijk 100
11 – Boerderij Voorland Ooster Ringdijk 110
12 – Boerderij de Meerhoek Ooster Ringdijk 140
13 – Boerderij Middenmeer Middenweg 333
14 – Boerderij Goed Genoeg Middenweg 261
15 – Boerderij Meerlust, Middenweg 86-88
16 – Boerderijtje van David Slagt
17 – Boerderij Meergenoegen Kruislaan 4
18 – Boerderij Meergenoegen Kruislaan 120
19 – Boerderij De Jonge Zaaijer Weesperzijde 225 (was 42)
20 – Boerderij Rust na Onrust Duivendrechtsekade 20

Share.

Leave A Reply