Browsing: a.v.v. T.O.G.

De oprichting was op 23 mei 1909.
Een groepje van tien jonge jongens, ze waren niet ouder dan een jaar of zeventien, achttien: Coen, de jongste van het gezelschap was pas 14. Zij besloten een “echte” club op te richten.
Deze grondleggers waren: Gerrit van Weeren, Piet van Weeren, Reindert Land, Hein Noorlander, Nelis Noorlander, Gijs Boom, Piet Dirkzwager, Maarten Tanis, Coen Rodenburg en Kobus Kreugel.

Bron: Het Parool
Door: Dick Sintenie

Het voetbal evolueert, maar houdt de opleiding van talenten wel gelijke tred met de vooruitgang? De bedenkers van Generation One menen van niet. ‘De cognitieve begeleiding ontbreekt vaak.’

Foto: Jakob van Vliet – De speelsters worden tactisch en technisch geschoold, maar ook sociaal-emotioneel en cognitief.

In het Amsterdamse Bos slaat een groepje voetbalvaders de training van hun dochters gade. De vader van de jongste speelster zegt: “Voor mijn dochter Amy is dit team geweldig. Ze was vijf jaar, huilde tranen met tuiten als ze naar de turntraining moest. Wilde met haar twee broers mee naar het voetbalveld. Dus ging ze op voetballen.” Amy had talent en mocht met de jongens meedoen.
“Toen ze eenmaal met dit team mocht meetrainen, was ze verkocht. Een feest der herkenning; allemaal meiden zoals zij. ­Ambitieus, gedreven. Niemand loopt de kantjes er vanaf. Dat is bij jongens nog weleens anders. Meiden zijn toch serieuzer.”
Het is een bijzonder team dat de broers Emrâh (30) en Atif Bouyahi (25) onder hun hoede hebben. Een project, noemen de ex-voetballers van Legmeervogels het. Emrâh stortte zich al op jonge leeftijd op het trainersvak en zette bij de club uit Uithoorn het meidenvoetbal op. Hij boekte pijlsnel vooruitgang, maar voor de club liep hij wat te hard van stapel.

Inspireren
Emrâh Bouyahi, opgeleid in de (sport)psychologie en vaktherapie, ontwikkelde een plan voor een optimale begeleiding van jonge voetballers en voetbalsters en ging er zelf mee aan de slag. Met zijn jongere broer creëerde hij in 2017 zijn eigen team van toen elf speelsters, die ze zelf bij elkaar zochten, en van wie sommigen nog nooit in competitieverband tegen een bal hadden ­getrapt.
Ze noemden het Generation One, hopend dat hun aanpak navolging zou krijgen en ook volgende generaties zou inspireren. “We willen met dit team over een paar jaar de eredivisie in. We hopen dat zo veel mogelijk van deze speelsters het Nederlands elftal halen. Deze meiden moeten de rolmodellen worden voor volgende generaties talenten.”
Generation One ligt voorlopig op koers. Het team is uitgebreid tot zeventien speelsters – van Utrecht tot Purmerend en van Amsterdam tot Hoofddorp – en komt al drie jaar op hoofdklasseniveau uit tegen jongensteams. Een primeur in Europa.
“De progressie die de speelsters maken, is ­geweldig,” zegt Atif Bouyahi, student sport­psychologie. “Dat blijkt ook als we tegen ­meidenteams uit het buitenland spelen. We hadden onlangs een toernooi in Duitsland, dat qua vrouwenvoetbal ver voor ligt op Nederland. We konden ons meten met de Duitse top, FC Köln, Borussia Mönchengladbach, Bayer ­Leverkusen. We versloegen de leeftijdgenoten van VfL Bochum met 4-0.”

Foto: Jakob van Vliet – De trainers van Generation One, broers Atif (links) en Emrâh Bouyahi.

“In Nederland worden we soms uitgenodigd door toernooiorganisaties voor vrouwen­profclubs. Krijgen we de vraag: ‘Weten jullie zeker dat jullie het niveau aankunnen?’ Dan ­geven we meestal een prikkelend antwoord: ‘We weten zeker dat we gaan winnen.’ En vaak is dat ook zo.”
De meiden van Generation One – nu 13 en 14 jaar oud – jagen hun droom na. Emrâh en Atif Bouyahi proberen hen te helpen die te verwezenlijken. Of beter: ze reiken de middelen aan waarmee de voetbalsters hun doel kunnen ­bereiken. Van onbevangen jeugd tot volwassen topsporters en rolmodellen; daar zitten veel stappen tussen.
De speelsters van Generation One worden op alle vlakken bijgestaan: voetbaltechnisch en -tactisch, maar ook sociaal-emotioneel en cognitief. Een therapeut (mensendieck) en een teammanager completeren de begeleidingsstaf. Er wordt intensief gewerkt aan houding, mentaliteit, veerkracht. “Cognitieve begeleiding ontbreekt binnen de ontwikkeling van voetbaltalent vaak helemaal, ook bij jongens,” zegt Emrâh. “Wij leren de meiden om oplossingsgericht te denken, zelf antwoorden te vinden voor problemen. Die mindset ­verandert je en het werkt ook stimulerend.”
“Wij bedenken de oefeningen die ze verder kunnen helpen. Het gaat erom het beste uit ­jezelf te halen. Fouten maken hoort daarbij. We leren ze daar niet bang voor te zijn. Wie op het voetbalveld fouten durft te maken, durft dat ook in het gewone leven.”

Nike
Generation One vond vorig seizoen onderdak bij FC Aalsmeer, maar het team is nu neergestreken bij TOG op sportpark Middenmeer. Er waren genoeg andere gegadigden, maar niet elke club is geschikt om Generation One te faciliteren. Bij TOG krijgen de broers Bouyahi de ruimte om het project uit te bouwen met meer teams. Emrâh: “Ook profclubs zijn geïnteresseerd in dit project. Misschien dat we die stap ooit nog maken, maar niet nu. We willen onze filosofie eerst helemaal zelf uitrollen.”
Nike en Intersport hebben het project inmiddels omarmd en het team volledig in de kleding gestoken. Straatvoetbalster Roxanne Hehakaija is ambassadeur van Generation One. De KNVB ziet ook de grotere boodschap, maar is misschien nog wat argwanend.
Emrâh: “We hebben geregeld contact met ­opleidingsmanagers van de districten, omdat veel van onze speelsters ook voor vertegenwoordigende nationale elftallen uitkomen. Vijf meiden zitten in het Nederlands elftal. De KNVB ziet de beweging die dit project veroorzaakt. Net als Nike. Zij geloven in onze missie en willen die helpen promoten. Zij zijn het met ons eens dat dit het voetbal gaat veranderen. Wij hopen dat deze manier van opleiden het nieuwe normaal wordt.”

Share.

Bron: hetamsterdamschevoetbal.nl

Dit seizoen won TOG in de zondag vierde klasse al een periodetitel en deed de ploeg van Leroy Kroese bovenin mee. Voor het aankomende seizoen heeft de ploeg al drie nieuwe spelers aangetrokken. Nino Walda komt over van het tweede van Waterwijk, daarnaast komen Edley Tanoh en Tommy Gans over van de zondagtak van Diemen. Over één ding zijn de drie nieuwe spelers het unaniem eens: “We gaan voor het kampioenschap.”

Nino Walda
Nino Walda speelde de afgelopen jaren bij Waterwijk, maar kwam het laatste seizoen uit in het tweede elftal. Hij heeft meerdere redenen om terug te keren bij TOG. “Ik speelde een paar jaar terug al bij TOG, maar maakte de overstap naar Waterwijk”, vertelt hij. Bij de club in Almere kreeg Walda een conflict met de trainer en ging hij in het tweede voetballen. Hij verloor het plezier in het voetbal. Door terug te keren bij TOG hoopt hij weer meer plezier in het voetbal te krijgen.
Bij TOG komt hij de nodige familieleden tegen. Zo is trainer Leroy Kroese zijn neef, maar speelt zijn broer Noël Walda ook in het team. Toen Walda benaderd werd, moest hij wel eerst regelen dat hij überhaupt op zondag kan voetballen. “Ik werk op zondag, dus ik kon niet gelijk ja zeggen tegen Leroy. Op m’n werk was het gelukkig geen enkel probleem om dagen te ruilen. Dus toen kon ik echt ja zeggen tegen Leroy.”

Edley Tanoh
“Ik ken Leroy (Kroese, red) al van zijn tijd bij Diemen”, vertelt Edley Tanoh. Voorafgaand aan het vorige seizoen had Kroese al aan Tanoh gevraagd of hij TOG kwam versterken, maar toen had hij zijn keuze voor Diemen al gemaakt. “Toen Diemen besloot om te stoppen met prestatievoetbal op zondag, was de keuze snel gemaakt. Ik heb contact opgenomen met Leroy en hij zei: ‘Je bent harte welkom.’ Er zijn al een paar bekenden in het team en TOG is qua sfeer een hele mooie club. Ik heb er dus niet lang over na hoeven denken.”
De 33-jarige Tanoh is begonnen met voetballen bij SV Diemen en maakte rond zijn zestiende zijn debuut in het eerste. Daarna maakte hij de overstap naar Omniworld, het huidige Almere City. Na een paar jaar in Almere kwam hij terug naar Diemen. In 2013 verliet hij Diemen voor een avontuur bij HBOK. Voor zijn opleiding heeft Tanoh nog twee jaar in Portugal gewoond, na deze periode keerde hij terug bij Diemen.

Tommy Gans
Vorig seizoen benaderde Kroese Tommy Gans ook al met de vraag of hij SV Diemen wilde verlaten, maar dat was voor Gans te vroeg. Hij had het erg naar zijn zin bij Diemen. “Ik had een goed gesprek gehad bij Diemen en besloot nog niet de overstap te maken.” Daarnaast voetbalde Gans samen met goede vrienden en had hij het erg naar z’n zin bij de club. Naast wedstrijden in het eerste, was Gans ook aanvoerder van het tweede elftal.
Dit jaar besloot Diemen om te stoppen met het prestatievoetbal op zondag. Door dit besluit was er weer contact met Kroese gelegd. Voor Gans komt er na dit seizoen een einde aan zijn jaren bij Diemen. “Ik ben begonnen met voetballen bij SV Diemen en daar komt nu een eind aan.”

Share.

Bron: de Brug

Voetbalvereniging TOG draait bovenin mee in de zondag vierde klasse en dat is bijzonder. In november werd sinds decennia weer een periodetitel gewonnen. Aanleiding genoeg voor een gesprek met de pas 26-jarige hoofdtrainer Leroy Kroese. Naast hem in de bestuurskamer zit zijn bedachtzame assistent-trainer Peter, tevens zijn vader en klankbord.

Hoe word je hoofdtrainer op jouw leeftijd?
“Eigenlijk is voetballen te leuk om niet in het veld te staan, alleen heb ik drie keer mijn kruisbanden afgescheurd. Vervolgens heb ik een trainersdiploma gehaald en kon ik het tweede trainen. Gelukkig kon ik zo mijn passie nog een beetje oppakken. Liefst was ik nog steeds keeper, maar dat is echt voorbij; ik heb er alles aan gedaan.”

Wat zijn je voornaamste trainerskwaliteiten?
“Ik ben bijdehand en als keeper vaak aanvoerder geweest, dat ging vanzelf. Verder maak ik mezelf niet te belangrijk, sta soms in de groep en soms erboven. Zo wil ik samen tot overwinningen komen. Ik ben heel direct, hoewel ikzelf jonger ben dan veel spelers. Ik vind eerlijkheid richting alle selectiespelers heel belangrijk. Ik heb weleens meegemaakt dat beloftes werden gedaan en niet nagekomen; daar hou ik niet van. Iemand vertellen dat hij wissel is, is moeilijk, maar ik leg duidelijk uit wat hij eraan kan doen. Ik probeer niet te veel in regels te denken maar te laat komen betekent ‘wissel’, wie je ook bent. Met sommige jongens ben ik bevriend buiten het veld, maar ik kan dat goed scheiden. Wat ik op het veld zeg, staat los van hoe ik in de kroeg naast je sta.”

Hoe heb je het periodekampioenschap beleefd?
“De laatste keer dat we boven in de vierde klasse stonden speelde mijn vader nog, kun je nagaan. Nu stonden we derde en wonnen we in de allerlaatste seconde van Ankaraspor. WV-HEDW had verloren en we waren afhankelijk van GeuzenMiddenmeer tegen Arsenal. We hebben die wedstrijd met veel TOG’ers gekeken; het werd 2-2 en we waren periodekampioen op doelsaldo. We hebben schaamteloos uit volle borst gejuicht en de spits van GeuzenMiddenmeer geknuffeld. Arsenal bestond uit expats, dus die hadden niet eens door wat er gebeurde. Ze ondernamen geen slotoffensief, helemaal niks. De bierkraan is flink opengegaan daarna; bij bestuursleden en vrijwilligers leefde het heel sterk. Afgelopen periode hebben we veel dierbare TOG’ers verloren. Jammer dat zij dit niet meemaken, maar het is een mooie gedachte dat we dit ook voor hen doen. TOG is een warm familiebad.”

Wat zijn je ambities?
“Ik heb twee jaar bijgetekend, daar ben ik trots op. Ik wil voor promotie richting derde klasse gaan, en als dat lukt voor handhaving. Ik ben hier nog niet klaar. Ooit wil ik hogerop, ik ben erop gebrand het hoogst haalbare te halen, maar ik ga niet zeggen dat ik in de Eredivisie eindig. Voorlopig ben ik geduldig en blijf ik normaal doen.”

Gijs Lauret

Share.

Bron: hetamsterdamschevoetbal.nl

TOG heeft een uitstekende eerste seizoenshelft achter de rug. Noël Ruygrok, op de foto in het tenue van zijn oude club Sv Diemen, was daarin een van de hoofdrolspelers. De aanvaller kende, door het overlijden van zijn vader, allesbehalve een fijne voorbereiding, maar is op dit moment topscorer van zijn ploeg. “Mijn familie staat altijd langs de lijn en nu mis je wel iemand. Toch heb ik soms wel het gevoel dat hij meekijkt.”

Het seizoen van TOG verloopt vooralsnog veel beter dan Ruygrok van tevoren had verwacht. TOG won de eerste periode en deed lang mee voor het winterkampioenschap. Met een achterstand van twee punten op koploper NFC en de periodetitel op zak vertelt Ruygrok daarover: “Vooraf hadden we als doelstelling om ongeveer voor de top 6 te gaan.  Als het gek zou lopen, zouden we voor een periode kunnen gaan.”

“Na vijf wedstrijden hadden we het gevoel dat er veel meer in zat en bleven we elke week een goed resultaat halen. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in het winnen van de eerste periode. Helaas zijn we net geen winterkampioen, dat zou leuk zijn geweest, maar daar hecht ik verder niet veel waarde aan.”

“We hebben nu tegen iedereen gespeeld en ik denk dat we na de winterstop van niemand hoeven te verliezen. Alhoewel Fortius was wel echt een geduchte tegenstander. Daar verloren we, mede doordat we een aantal spelers misten, met ruime cijfers. Verder hoeven we van niemand te verliezen en we gaan dus vol voor het kampioenschap.”

Persoonlijk
De spits kende, door het overlijden van zijn vader, allesbehalve een fijne voorbereiding van de competitie. “Mijn familie staat altijd langs de zijlijn en nu mis ik wel echt iemand langs de kant. Toch heb ik soms het gevoel dat hij meekijkt. Zo schoot ik tegen NFC een vrije trap raak, zoals ik het waarschijnlijk nooit meer zal doen, maar dan flitst het wel even door je hoofd.”

Ruygrok kende ondanks de omstandigheden toch een goede seizoenshelft. De aanvaller speelde vorig seizoen nog op verschillende posities, maar mocht zich dit jaar volledig op de spitspositie focussen: “Ik had iets van 20 doelpunten vooraf in gedachten, maar sta nu al op dertien. Ik ben goed op weg om dat aantal te halen”, aldus Ruygrok, voor wie de winterstop op een ideaal moment kwam. De laatste weken had de aanvaller namelijk last van zijn meniscus en dus hoopt hij na de winterstop weer fit aan de aftrap van de tweede seizoenshelft te staan.

Mitch Marinus

Share.

Foto: Jo Haen – Alle rechten voorbehouden

Het Amsterdamse TOG vierde (donderdag 23 mei) haar 110de verjaardag. Wat de club zo bijzonder maakt? Het is al die decennia dezelfde formule gebleven die het kleine clubje in leven houdt, zonder fusies.

TOG is volgens voorzitter Pelle Aardewerk ‘de kleine dorpsclub in de grote stad’. Geen jeugd, een paar seniorenteams (plus veteranen) en toch nooit in de problemen komen met een gebrek aan vrijwilligers. “Als voorzitter heb ik het wat dat betreft makkelijk”, glimlacht de man die bijna vier jaar de hamer in handen heeft bij TOG. “Het enige wat ik hoef te doen is het enthousiasmeren: we bestaan 110 jaar. Iedereen wil van alles doen, voor de club, het feest of het goede doel. Dat houdt ons altijd staande. Mensen vinden het gewoon fijn om bij de club te horen.”

Komend weekend wordt het uitgebreid gevierd. Zo is er vrijdagavond een wedstrijd van de Veteranen tegen Ajax Classics (met meerdere oud-Ajacieden) en neemt de Zondag 1, het vlaggenschip van de club, het zaterdagmiddag op tegen de Golden Boys. Dat team is een voormalig gouden Ajax-lichting met onder meer Pascal Heije, Jeroen Verhoeven en Kevin Bobson. Om die wedstrijd heen is een bijeenkomst voor (oud-)leden en vrijwilligers, met ‘s avonds een feestavond waarvoor alle 150 kaarten al uitverkocht zijn.

Op die manier kan het 111de levensjaar feestelijk worden ingeluid. De basis zal, net als de 110 jaar hiervoor, hetzelfde blijven in Amsterdam-Oost. “Sportief gezien hopen we volgend jaar wat hoger op de ranglijst te komen, zowel met de Zaterdag als Zondag (beiden vierde klasse, red.). Wij betalen niet, dus het is allemaal gunnen en erbij willen horen. Maar dat zit allemaal goed, het is ons altijd gelukt.”

De opbrengst is voor KiKA – Foto: Jo Haen – Alle rechten voorbehouden

Share.
1 2 3 16