De Berthelotstraat

0

april 2019

Door: Jan Dijk (1947) Jongste zoon van Ds J. Dijk, ex-huisarts in A’dam ZO.

Berthelotstraat – 1975 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Wat een lastige naam heeft mijn straat toch! Het gaat om een Franse achternaam. Maar wie kent tegenwoordig nog Frans? Altijd weer letter voor letter spellen die straatnaam.

Pierre Eugène Marcellin Berthelot was een allesweter, bovenal scheikundige. Hij is beroemd om het Thomsen-Berthelot Principe over thermochemie. Het gaat over warmteproductie waar scheikundige processen altijd mee gepaard gaan. In het natuurkundelokaal van school maakte je dat vast wel eens mee, indien je op de middelbare school zat.
Hij maakte diepe indruk vanwege de wijze waarop hij zijn zieke vrouw Sophie aan het eind van haar leven verzorgde. Enkele uren na haar dood overleed hij zelf. Spontaan. Hij had altijd gezegd, niet zonder haar te kunnen leven. In 1907. Het Franse volk was ten diepste bewogen. Zelf verdiende hij zonder meer een plaats in het Parijse Pantheon, waar uitsluitend beroemdheden liggen. Zijn vrouw is de enige gewone mens die er daarom ook mocht liggen, gewoon als Sophie Berthelot; mijn neef ontdekte dat. Al hielp ze hem wel veel bij zijn werkzaamheden. Ze ligt er niet eens naast haar man, zag ik. De enige twee andere vrouwen die er na haar nog zijn komen liggen zijn Marie Curie en sinds kort Simone Veil. Ook die laatste trouwens met haar echtgenoot, de tijden zijn veranderd.
Berthelotstraat, straat van liefde.

In 1956 gebouwd door projectontwikkelaar Pieter Dijkhuis
Boven in mijn trappenhuis hing naast mijn huisdeur enige tijd een Frans affiche: ABSINTHE BERTHELOT. Het verdween na korte tijd wegens schilderwerkzaamheden, ik heb het nimmer meer ergens gezien. Het drankje heb ik nooit in huis gehad. Weleens Surinaamse rum.
Die hele buurt is in 1956 gebouwd door projectontwikkelaar Pieter Dijkhuis. (Zie het stuk Dijkhuis op deze site) De bouwwijze is wat saai. Op de voorgevels van de Berthelotstraat zijn geen witte gevelstenen te zien van musicerende figuren, spelende kinderen of relationele scenes, zoals die op vergelijkbare huizen in de buurt wel aanwezig zijn; 24 verschillende. (kijk op Wikipedia: gevelstenen in Amsterdam en op deze site bij Gespot voor WGM door Selwyn Evers – Gevelstenen deel 2 ). En bij deel 3 en 4 in deze rubriek.
We voelen ons tekortgedaan.

In het begin was alles huur
In het begin was alles huur. Vervolgens heeft men getracht alles aan de huurder te verkopen. Nu zijn er weer nieuwe huurders. Is ook helemaal niet slechter, wel ineens veel duurder dan voorheen, en dan oude huurders betalen. Ze hopen dat ik een fout maak met inwoning. Dan kunnen ze mij eruit gooien.
Wanneer je helemaal boven woont kijk je, in tegenstelling tot de parallelle straatjes, uit over de lagere Edisonstraat heen het sportpark in met de mooie bomenrijen. Dat is fijn. De ijsbaan is vlakbij. Altijd jammer dat ik niet mocht schaatsen wegens ‘zwakke enkels’. Ik leerde het nooit. Nu ‘sport’ ik daar, bij Duofit.
Eens was er een ammoniakwolk vanuit de Jaap Edenbaan, de kranten schreven erover, het haalde het journaal. Mijn huisgenote rook het, en raakte een beetje bedwelmd. Als enige.

De ene huisjesmelker is goed, de andere juist weer slecht
In de jaren 70 is de hele buurt gesplitst tussen twee grote huisjesmelkers. De Radioweg vormde de scheidslijn. Zo bestaat ook de Berthelotstraat uit twee gedeelten. De ene huisjesmelker is goed, de andere juist weer slecht. De beide delen leven in andere werelden en hebben nauwelijks contact met elkaar.
Wij, huurders, zijn benieuwd of een van de grote eigenaars in zee gaat met de vereniging Meer Energie, die vrijkomende overtollige energie uit het Sciencepark (datacentra bijvoorbeeld) over de woningen wil verdelen. Die eisen wel isolering. Maar ik stook nauwelijks meer door de klimaatverandering. Zonnepanelen zitten nog niet op de platte daken.
Elk trappenhuis heeft zijn eigen sfeer. Zelf mag ik mij gelukkig prijzen.
Waar het voor wat betreft de bovenetages aan ontbreekt is een goede intercom. Je moet maar raden wie er beneden aanbelt. Bij ons is bij de buitendeur een afdakje tegen de regen, je kunt echt niks zien van boven.

De huizen uit die jaren werden niet erg solide gebouwd, revolutiebouw.
Met de tuintjes van de benedenwoningen is iets bijzonders aan de hand. Die zijn in de tijd van de deelraad uitgebreid met afgestoten gemeentelijk openbaar groen, dat als tuinuitbreiding aan de tuin werd toegevoegd. Niet iedereen was daarvan gediend, het zorgde voor een chaotische situatie. Voor het gedeelte tuinuitbreiding geldt nog steeds een wat lagere grondhuur. Vaak staat er een tuinhuis.
De huizen uit die jaren werden niet erg solide gebouwd, revolutiebouw, ze zijn gehorig. Een piano hoor je door het hele blok heen. En traplopen is goed voor de gezondheid. Eén telefoontje is soms al voldoende om een leuning tot helemaal boven aan te laten brengen. Prettig voor bezoek dat niet zo vlot meer traploopt.
Het aantal kinderen is daar in de loop van de jaren behoorlijk afgenomen. En helemaal boven wonen wordt ver. Mensen blijven er toch wonen, ook als ze alleen zijn komen te staan. De Watergraafsmeer heet een prettige buurt te zijn. Sommigen in die buurt komen bijna niet meer buiten. Een traplift gaat hoogstens tot twee hoog. Vereenzaming slaat toe. De laatste jaren wonen er in een aantal appartementen studenten, een paar per woning. Soms klagen buren over overlast.
Afgezien daarvan is het er goed wonen. Het Meerpark is vlakbij! En je kunt de stad, die niet ver is, uit bijna zonder nog huizen te zien, alleen maar groen. De VMBO-school College De Meer vlakbij zorgt voor reuring.
Heb de straat aangemeld bij Straten van Amsterdam van AT5. Wil zelf wel sidekick zijn. Kom ik ook eens op tv! AT5, kies eens voor een straat die niet opvallend interessant is, en klein!

Share.

Leave A Reply