De Oetewalerbrug

0

Bron: Wikipedia

De Oetewalerbrug (brug nr. 189) is een vaste brug in Amsterdam-Oost.

Zij overspant de Ringvaart van de Amsterdamse Watergraafsmeer. Ze zorgt voor de verbinding tussen de Linnaeusstraat, tot 1878 Oetewalerweg, en de Middenweg in de vroegere Overamstelse Polder met de droogmakerij Watergraafsmeer.

Tot 1896 lag de brug op de grens tussen de gemeenten Nieuwer-Amstel en Watergraafsmeer. In 1896 bij de annexatie van het noordelijke deel van Nieuwer-Amstel lag de brug op de grens tussen Amsterdam en de Watergraafsmeer. Bij de annexatie van de Watergraafsmeer door Amsterdam in 1921 lag de brug geheel in Amsterdam. Aan de zuidkantwestkant ligt het rijksmonument Rechthuis Watergraafsmeer.

Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Rond 1770 lag hier al een welfbrug, getuige een tekening van Jacobus Kops Goedschalksz., maar vermoedelijk was dat al een vervanging van een andere brug. Ook Gerrit Lamberts legde de brug vast in 1817. Vervolgens kwam er een vervaarlijke ophaalbrug, die tot 1924 zou functioneren. Deze werd toen vervangen door een brede verkeersbrug van de pen van het bureau rondom architect Piet Kramer van de Publieke Werken. Deze kwam met een plaatbrug in de stijl van de Amsterdamse School.

De brug had een behoorlijke breedte nodig want al vanaf 1881 reed de Gooische Stoomtram (tot 1939) en vanaf 1940 tramlijn 9 die op 22 juli 2018 werd vervangen door tramlijn 19. Bovendien nam het verkeer toe, zeker als op de sportvelden in de Watergraafsmeer wedstrijden van RAP werden gehouden. Niet alleen de brug werd verbreed, maar ook de Middenweg zelf. Voor de aanleg verdween het tolhuisje bij de brug, hetgeen voortaan een vrije doortocht naar RAP garandeerde.

De brug kreeg de vorm van een brede duiker met bakstenen wanden met natuurstenen blokjes. Het geheel wordt gedragen door een houten paalfundering, de overspanning is van stalen liggers, er is voorts gewapend beton en natuursteen verwerkt. Ook beeldhouwwerken ontbreken hier niet, deze zijn hier niet van Hildo Krop maar van Adrianus Remiëns en hebben de vorm van zeemonsters. De brug kostte destijds 105.000 gulden. Op 31 januari 1925 verrichtte wethouder Joannes ter Haar de opening.

De smalle wipbrug over de Ringvaart werd in 1924 afgebroken en vervangen door een vaste stenen brug. De opening van deze brug vond plaats op 31 januari 1925. Dit gebeurde onder grote belangstelling van de Meerbewoners. Een van de hooggehoede bestuursleden van de buurtvereniging ‘Oud Watergraafsmeer’ heeft zojuist het lint doorgeknipt. Het fanfarekorps ‘Kunst na Arbeid’ zal direct daarop de Meer intrekken. Vóór dit gezelschap staan enkele fotografen klaar om dit gebeuren op de gevoelige plaats vast te leggen  – Foto: WGM in oude ansichten – Alle rechten voorbehouden

De brug is vernoemd naar het dorp Oetewaal dat al in 1387 bestond en lag aan de Zeedijk nabij de Muiderpoort. Bij de vierde uitleg in 1658 werd het dorp door Amsterdam geannexeerd en verdween.[1] Die naam van de brug is niet op een metalen plaat vermeld, zoals gebruikelijk, maar uitgehakt uit een stuk natuursteen in de borstwering. Dat “kunstwerk” zou van later datum (1958) zijn dan de brug; de letters zijn ook niet gemodelleerd naar de Amsterdamse Schoolstijl. De buurt kent de brug als Hemabrug, vernoemd naar de nabij gelegen HEMA.

Eind 2018 werd geconstateerd dat de brug versleten is en per 18 december 2018 werd zwaar verkeer van de brug geweerd waarbij ook bus 41 staduitwaarts moet omrijden tot tenminste 2020. [2] Dat levert soms hachelijke situaties op, want noch de Middenweg, noch de Linneausstraat heeft de breedte om een lange vrachtauto te laten omdraaien en de plaatselijke kades zijn te zwak om zware voertuigen te dragen. De tram die niet kan uitwijken en ook voor de bereikbaarheid van de hoofdwerkplaats, moet haar snelheid aanpassen en de brug stapvoets passeren. De fundering bleek aangetast te zijn door bacteriën. Er wordt in 2019 besloten wat er met de brug gaat gebeuren, renoveren of het plaatsen van een hele nieuwe brug.

Wie vroeger de Meer in reed moest letterlijk en figuurlijk over de brug komen. Want rechts van de ophaalbrug stond het Tolhuis, waar tol (toegangsgeld) geheven werd van hen die met een vervoersmiddel Watergraafsmeer in wilden rijden. Tot 1861 was er een tolhek, een draaibare boom tussen twee pijlers, dat overdag gesloten werd. De tolgaarder in de per jar ongeveer vijfduizen gulden, waarvan na aftrek van onkosten ruim drieduizen gulden overbleef. Door de toename van het verkeer werd de tol in 1917 afgebroken en opgeborgen in de kelders van het Rechthuis. – Foto: WGM in oude ansichten – Alle rechten voorbehouden

Een kijkje op den ‘Tol’ – protesten tegen de verhoging van de tol – Alle rechten voorbehouden

Nog een mooi plaatje van de Oetewalerbrug – Alle rechten voorbehouden

Een mooie foto van Jacob Olie – Alle rechten voorbehouden

 

Share.

Leave A Reply