De redding van de Emmakerk – En over verzuiling

0

1939 – 2018

Door: Jan Dijk (1947) Jongste zoon van Ds J. Dijk, ex-huisarts in A’dam ZO.

Dit bord is van na de ‘fusie’.Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Ik ben zoon van een gereformeerde dominee en ben geboren naast Frankendael, na de oorlog.

Als jongetje liep ik wel eens naar wit Jeruzalem, het werd nieuw opgeleverd. Allemaal nieuwe straten. En straatnamen. Ik ging ze thuis in een plattegrondje uittekenen, waarbij ik steevast de Kapteijnstraat en de Eykmanstraat door elkaar haalde. Dat ben ik heel lang blijven doen. Bij de hoek van de Middenweg en de Hugo de Vrieslaan stond nog een soort boerderij, ik noemde dat pand toen althans wel zo.

Ik liep dan langs de Emmakerk. Voor de kerk was een bord waarop aangegeven werd welke dominees de volgende zondag zouden preken. Ik herinner mij de namen Alblas en Ter Schegget nog uit die tijd. Maar verder had ik niks met die kerk, we waren immers gereformeerd, en die kerk was Nederlands-Hervormd. Daar deden ze aan vrijzinnigheid, had ik ooit gehoord. Ja, toen juffrouw Pauli van klas 2 ging trouwen was ik er een keertje geweest. Wat een donkere kerk vond ik dat. Echt saai.

Tussen hervormd en gereformeerd was in die jaren de verzuiling nog het sterkst. Voor de oorlog heeft mijn vader eens 4 achtereenvolgende zondagen gepreekt over het verschil hervormd-gereformeerd. Bij ons op tafel lag een boekje over gemengde huwelijken.

Ik zat op de School met de Bijbel aan de Cornelis Drebbelstraat. Ik wist precies wie in de klas gereformeerd was en wie hervormd. Al ging ik wel met ze om. Eén haalde me zelfs naar de christelijke padvinderij, waar ik een jaar bij was. De hervormden kwamen meest uit de Transvaalbuurt.

Nee, met die Emmakerk had ik niks, ook later niet. De kerk speelde wel een mooie rol tijdens de hongerwinter met voedseluitdelingen.

Interieur Emmakerk – 1939 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Ik werd namens (een voorloper van) GroenLinks in 1987 lid van de eerste Stadsdeelraad Watergraafsmeer. Kerkelijk waren er grote veranderingen opgetreden. Niet alleen was de Rehobothkerk allang wegens bouwvalligheid en overbodigheid afgebroken, want de gereformeerden hadden intussen genoeg aan de Koningskerk die er in 1956 als tweede kerk bijgekomen was. Maar  de beide kerkgenootschappen gingen nu ook nog fuseren! Eén kerk in de Watergraafsmeer leek nu voldoende voor het gefuseerde kerkgenootschap. Na ampel beraad werd als toekomstige kerk gekozen voor de Emmakerk. De Koningskerk moest met pijn in het hart worden afgestoten. Die kwam in handen van de Evangelische Broedergemeente en werd vanbinnen helemaal wit geschilderd, zoals dat bij hen hoort. Later klaagden die nog over het achterstallig onderhoud dat ze aangetroffen hadden. Wat een klap!

De gereformeerden hadden daar echt niet aan gewild. Hun Koningskerk was zo veel mooier geweest. Maar ja, terug kon niet meer.

Dan maar liever op die hoek een modern eigentijds nieuwbouwplan in plaats van die donkere Emmakerk. De hervormden gingen om de goede vrede schoorvoetend akkoord.

Tijdelijk kon gekerkt worden in de Martelaren van Gorcum, die door een vreemde gril Hofkerk is gaan heten.  Naar verluidt mede omdat Martelaren van Gorcum een lastig mailadres is. En je komt zomaar op terroristische sites terecht!

Dat plan kwam er. Met een torenspits die met een boog naar boven wees. Het haalde de deelraad. Ook ik was, door mijn achtergrond, voor afbraak en nieuwbouw en volgde mijn wijkwethouder in dezen.  We vormden samen de hele GL-fractie in de deelraad. Mijn stem gaf zelfs zoals zo vaak de doorslag. Zo’n nieuwe kerk leek mij aantrekkelijk om eventueel naar toe te gaan. De eerste bouwafspraken waren al gemaakt, de sloop kon beginnen.

Toen gebeurde het. Een bekende van mij en van Frankendael en collega ook nog, Wim Nypels, katholiek nota bene, lichtte het Cuypers Genootschap in, dat zich vooral bezighoudt met panden uit de vorige eeuw; het was inmiddels wel 5 over twaalf. Die spraken schande van de plannen. De kerk was nog maar de enige Friedhoffkerk in Amsterdam! Friedhoff was een toonaangevend architect uit het interbellum van wie ik dom genoeg nog nooit gehoord had. Hij heeft zich zelfs door de Italiaanse renaissance laten inspireren. Bekend is hij vooral van het prachtige stadhuis van Enschede. Het Genootschap verklaarde het gebouw tot een eeuwig te bewaren monument. Het stadsdeel moest alle gemaakte afspraken terugdraaien. Dat was een aardige financiële dobber voor ze.

Nieuwe interieur – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Het kerkgenootschap, inmiddels PKN geheten, maakte een nieuw plan voor de kerk, met behoud van het exterieur. Daar kunt u nog steeds van genieten, op die beeldbepalende hoek van Park Frankendael. Net als van de telefooncentrale zoals die er thans nog uitziet.  De kerk is er binnen veel lichter op geworden en kreeg een bijzondere glazen muur. Nieuwbouw had afbreuk gedaan aan het karakteristieke dorpsgezicht van de Watergraafsmeer, al was ook de kerk van na de annexatie. De kerk is van de verbouwing nauwelijks lichter geworden. De glazen muur is veeleer een glazen tussenwand.

De kerk kreeg nu een nieuwe naam. De Bron. De naam Emmakerk is al bijna uit het geheugen verdwenen.

Achteraf was de steun voor het nieuwbouwplan van mij als toenmalig GroenLinkser geheel onterecht. GroenLinksers zijn geen radicale slopers. Zeker niet van monumenten. Sorry, Cuypers Genootschap! En sorry Wim. Maar ik begrijp het wel van mijzelf.

Nieuwe interieur – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Share.

Leave A Reply