De Rehobothkerk

1

±  1950

Door: Margaretha Hellenberg-van Zanten

Rehobothkerk in de Zacharias Jansstraat, 3 mei 1972. Foto: J.M. Arsath Ro’is, Beeldbank Amsterdam

Tweemaal op een zondag naar de kerk, waar is die tijd gebleven? Nu wordt door een gemeente alles in het werk gesteld om de kerk te behouden voor het nageslacht.

Wij woonden tegenover de Zacharias Jansestraat boven slagerij Loomans. Op zondagochtend gingen de broeders en zusters in grote stromen ter kerke; zo ook ons gezin.

Zelf heb ik ook nog op de kerkschool gezeten, ik las een stukje bij de foto van de Rehobothkerk, wij kwamen uit Leiden naar Amsterdam en ik kwam bij juffrouw den Uyl de school was in één der zaaltjes van de kerk. We kregen collectegeld mee van onze ouders en daar was steevast ook een stuiver bij voor het collectebusje bij de uitgang en dat gelkd was dan bestemd voor de zending.

Nu gingen wij tweemaal naar de kerk dus twee stuivers in het zendingsbusje echter op ma.mo. werd er op school ( Fraunhoferschool) ook geld voor de zending opgehaald. Helaas gold dat niet voor mij want iedere ochtend liep ik naar school en kwam dan langs “Snorretje” een hemelse snoepwinkel. Het zendingsgeld (een stuiver) brandde in mijn zak. Ik kon er niet voorbij en de stuiver werd geofferd op het snoepaltaar. Ik voelde me helemaal niet schuldig, het ging maanden goed, ik had snoep en geen zendingsgeld. Enfin Juffrouw Otto ging naar mijn moeder het gesprek verliep als volgt: “Mevrouw U bent toch goed gereformeerd en waarom heeft Uw dochter dan geen zendingsgeld. Er werd vervolgens een verklaring van mij verwacht. Nu die had ik paraat: Op zondag krijgen ze al twee keer geld en drie keer geld voor de zending vond ik teveel van het goede. ( je kunt uiteindelijk ook overdrijven)

Concluderend kan gesteld worden dat het zendingsgeld weinig zoden aan de dijk heeft gezet, mede gezien de huidige situatie van hongersnood.

Schuldig heb ik me nooit gevoeld. Sterker nog:  menigmaal heb ik nog een dienst bij het snoepaltaar gehouden.

Share.

1 reactie

  1. DIE GROTE KERK
    Ik zie voor het eerst weer eens op een duidelijke foto de voorkant, de ingang van de Rehobothkerk. We zijn er vaak binnengegaan, mijn moeder en ik. In het begin nog met mijn twee jongste broers. Ik meen mij te herinneren dat die dan op de gaanderij gingen zitten. De kerk was groot en vrij donker. Er was namelijk een gaanderij (zo noemden wij dat) aan drie zijden. Die zaten helemaal vol toen een vroegere dominee kwam preken, dominee Schaafsma. Aan andere druk bezochte diensten, waar Kees Zijp over schrijft, heb ik geen herinneringen.
    Vanuit de ingang keek je aan tegen de grote preekstoel met aan beide zijden een opgang; die zag je vaak in gereformeerde kerken, bijvoorbeeld ook in de Funenkerk. Daarboven het onopvallende orgel. Links van de preekstoel zaten de ouderlingen, rechts de diakenen. Wij zaten met ons gezin, met het gezin van dominee Gilhuis en met dat van professor Berkouwer achter de ouderlingen, onder de gaanderij, de hele gemeente kon jou zo zien zitten. Daarom noemde de vrouw van dominee Gilhuis het ooit de dierentuin. Toen de kerk eens een opknapbeurt onderging en alles mooi gestuct werd, kerkten we in de kerk op de hoek van de Simon Stevinstraat en de Wakkerstraat. Daar waren vierkante gebrandschilderde ramen, dat vond ik mooi.
    Dominee Gilhuis woonde naast de kerk. ’t Baken staat op het balkon, zie ik. We zijn er vaak geweest. Zelfs wel gelogeerd als mijn moeder er niet was (mijn vader overleed in 1956). We knikkerden dan wel in de kerk. Mijn recent overleden jongste broer trouwde dan ook met de dochter van dominee Gilhuis; kort voor zijn plotse overlijden waren ze 50 jaar getrouwd.
    Dat mijn vader er gepreekt heeft herinner ik mij niet. Het is natuurlijk wel gebeurd, sommigen weten dat nog.

Leave A Reply