Een wandeling door Betondorp in de jaren vijftig

3

1949 – 1957

Door: Wim Prins (1949). Geboren in Oost, het Burgerziekenhuis. Hij woonde van 1949 tot 1957 aan de Middenweg, recht tegenover het oude Ajax-stadion. Ze verhuisden in ‘57 naar Geuzenveld, maar omdat zijn grootouders nog in Betondorp woonden, kwamen ze daar regelmatig.

Middenweg 210 (nu 392) – 2020 – Foto: Jo Haen – Alle rechten voorbehouden

In mijn gedachten ben ik teruggegaan naar het dorp, dat ik ooit als kind meemaakte. Wij woonden aan de Middenweg 210, tweehoog. Onze benedenburen waren de ouders van Bobbie Haarms. Ik noemde haar ‘tante Bob’. Een aardige en sociale vrouw was dat.

De garage in 1973 – Foto; Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Rechts op de hoek met de Brinkstraat was de snackbar van de familie Schagen.Je kon er ook ijs en snoep kopen. Ze hadden er ook een opvallend biljart met rubberen klossen. Ik geloof, dat ze het een Russisch biljart noemen. In de Brinkstraat had je de Co-op en groentenman Cor Heek. (die later naar Geuzenveld verhuisde). In de poort naar de Brink was de garage van Cobusse, waar altijd de lucht van rubberen banden hing.

Nu café de Avonden, nummer 398 – in de jaren vijftig snackbar – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Op de Brink zelf was de bekende slagerij Korrel- die er echt heel lang heeft gezeten – en banketbakker van Lent (die kauwgomballen uit een stopfles verkocht). Dan had je er natuurlijk de bibliotheek en de Gruyter (Snoepje van de week), waar altijd een sterke koffiegeur hing. Ook nog- ik meen in de Tuinbouwstraat- de groentenwinkel van Quatfass. Die naam vond ik heel bijzonder.

Op de hoek van de Sikkelstraat – waar de ouders van mijn moeder woonden- was een delicatessenwinkel, die op zondag geopend was (fam.Wolf). Aan de andere kant van de Sikkelstraat had je
een schoenmaker, die in zijn etalage oude voetbalfoto’s had (o.a. de beroemde kopbal van Bep Bakhuys). De naam weet ik niet. Aan de overkant was de melkwinkel van Griffioen.

Helemaal rechts slagerij Korff – 1952 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Als je dan weer richting Middenweg ging, kwam je bij drogisterij van der Meyden, wat verderop Sigarenwinkel van Hans Slauerhof (waar je ook kaartjes van Ajax kon kopen). Dan had je ook nog een slagerij de Bruin (waar je altijd een plakje worst kreeg) en boekhandel Knap – waar wat Pinkeltje-boeken vandaan kwamen.


Middenweg 176 – Foto: Hans Knap Alle rechten voorbehouden

In 1953 ging ik naar de kleuterschool aan de Zaaiersweg. De namen van de juffen weet ik nog: de Wind en van Dorp. In ‘55 ging ik naar de Watergraafsmeerschool aan het Huismanshof. Ze hadden een betegeld speelplein, waar een notenboom stond. Gek genoeg heb ik hier heel weinig herinneringen aan- behalve het grote Aap-noot-mies-bord dat voor de klas stond. We schreven nog wel eens met een griffel!

Kleuterschool aan de Zaaiersweg in 1952 – Alle rechten voorbehouden

De Watergraafsmeerschool op het Huismanshof – Foto; Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Op het Onderlangs had je grote plantsoenen, met helemaal aan het eind de speeltuin met klimtoren, schommels en een houten clubgebouw. Daar bracht ik heel wat tijd door. Verder was er een groot, dat de Vluchthaven heette en waar zoals dat toen heette, moeilijke jongens heengingen.

De speeltuin aan het Onderlangs – 1937 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Bijna aan het eind van mijn wandeling herinner ik me natuurlijk ook nog de groentenzaak van Cruyff en het kantoorboekwinkeltje van Nuis.

Omdat mijn vader aan honkbal deed- bij Ajax – kwamen wij ook in de zomermaanden op Drieburg terecht, aangezien de lagere teams – het tweede en derde – daar hun thuiswedstrijden speelden, bij Wartburgia wel te verstaan. Ik herinner mij nog de sobere kleedkamers, de zinken wasbakken en de zwart-witte eltalfoto’s die daar hingen. Als achtergrond fungeerde het immer zwijgende Rath & Doodeheefver-gebouw. Het was immers altijd in het weekend dat er gesport werd en er daar dus niet werd gewerkt. Onlangs las ik het een en ander over de fabriek en ook dat men een bedrijfselftal had. Ik ben benieuwd wat de naam van het team was, de shirtkleuren en waar men speelde.

Zo was Betondorp toen. De laatste keer, dat ik er heen ging was met de Open Monumentendag in 2016. Wat was er nog weinig over van dat dorp van toen- ik moest werkelijk aan het liedje van
Wim Sonneveld denken. En toch… terugdenkend aan een tijd, die voor mij heel veilig was. Je wereld was nog klein en overzichtelijk. Dat is intussen wel veranderd!
Wim Prins.

Share.

3 reacties

  1. Phil Tokkie on

    De groentenwinkel van Quatfass was in de pleogstreaat (wel in de buurt van de tuinbowstraat) De foto van de kleuterschool lijkt me van 1953. Mw. Grijn staat er, net als leerlingen op die bij mij daar in de klas hebben gezeten (1954-1956).

  2. Aanvulling van Wim Prins op bovenstaand verhaal:

    Ik woonde met mijn ouders en jongere broer tot januari 1957 in Betondorp. Daarna verhuisden we naar Geuzenveld (bij het eindpunt van bus 21) en bleven daar wonen tot november 1968.
    Dan naar Amstelveen, tot ik mijn vrouw ontmoette en na drie jaar Amsterdam Noord (de Molenwijk) gingenwe met ons gezin naar Alkmaar en daar wonen we nog steeds.

    Mijn liefde voor mijn geboortestad ben ik nooit kwijtgeraakt en dat heeft mede te maken met de Heemkennislessen, die ik zo rond 1960 kreeg.

    Wat losse herinneringen. Je had indertijd een aardappelman, die met paard en wagen zijn ronde maakte, honkebonk over de kasseien van de Brinkstraat. Verder nog de mandjesman, die met zijn bakfiets door de wijk toog en tot slot ‘Flip de Flierefluiter’, de man, die vuilnisbakken schoonmaakte. Altijd met laarzen aan en een rood hoofd.

    In onze wijk woonde een oudere mevrouw, die stiekum ‘tante Daatje’ werd genoemd. In een baldadige bui zong ik haar toe met ‘Tante Daatje-tante Daatje’. “Kom jij eens hier jongetje”, zei ze en ik kwam. “Wil jij dat nooit meer tegen mij zeggen?” ”Nee mevrouw”, en snikkend liep ik terug. Weer wat geleerd.

    In de Vluchthaven vierden we ooit Kerstfeest, met chocolademelk en de film Heidi. Dat was me een traktatie! In de vochtige januarimaand 1957 vertrokken we, tot grote opluchting van mijn moeder, die na tien jaar inwonen wel haar bekomst had van het je altijd maar moeten aanpassen. Op naar Geuzenveld, waar we behalve centrale verwarming ook nog een douche hadden, een grote luxe voor die tijd.
    Wim Prins

Leave A Reply