Een eigen huis, een plek onder de zon

0

Bron: De Volkskrant – Eva Hoeke
eva.hoeke@volkskrant.nl
In de Amsterdamse volkswijk Betondorp zijn wij, en nu citeer ik de vaste jongens van buurtcafé De Avonden, de enige twee mongolen die drie keer zoveel huur betalen als de rest. Dat vinden ze daar grappig, want wij gaan nog wel, maar aan de meeste yuppen heb je natuurlijk helemaal niks, met hun Fleurrrrs en Sterrrrrres en moeilijke brillen. ‘En de wijk verloedert, want ze doen nooit eens mee, ze houden niets in de gaten. Zie jij ze weleens hun tuintje bijknippen? Maar wél zeiken over hondenpoep.’

 Het ís zo: in Betondorp, dat bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen samen met Noord de enige wijk in Amsterdam was waar volop PVV werd gestemd (het hoekje van de taartdiagram in Het Parool was stemmig zwart gemaakt) wonen vooral mensen die er al honderd jaar wonen, en hun vader en moeder óók al. Het is er prima wonen – de Betondorper steekt zijn arm vooralsnog alleen omhoog om vanaf z’n balkon naar je te kunnen zwaaien – maar de huizen zijn er schaars, daarvoor moeten al die ouwe Betondorpers eerst doodgaan zodat hun woningen voor bizarre prijzen verkocht kunnen worden aan hen die elders in de stad naast de pot piesen – en daar zijn er zoals bekend veel van, héél veel.

En nu nog eens twee extra, want ook wij hadden het plan opgevat een huis te kopen.

‘Van het geld waarvoor wij huren kan je een hartstikke goeie hypotheek krijgen’, zei ik nog maar eens tegen de Man, die ik, omdat hij een kind is van de jaren tachtig, al jaren probeer duidelijk te maken dat huren weggegooid geld is. ‘Probeer er eerst maar eens een los te krijgen,’ riposteerde hij.Dus daar ging ik, op naar de hypotheekverstrekker, map mee. Een accountmanager van nog geen dertig keek in mijn cijfers, drukte een paar keer op zijn rekenmachine en gooide toen mijn droom aan diggelen.

‘Wat stel je voor, dat ik in een schoenendoos ga wonen?’ vroeg ik. Hij haalde zijn schouders op. ‘Voor 110 duizend euro kan ik alleen in Groningen terecht.’

Groningen was anders een hele leuke provincie, en verder volgde hij ook maar gewoon de regels: híj kon er niks aan doen dat ik zzp’er was en een kind had gekregen en dus een jaar minder had verdiend. ‘Dat is seksisme!’, riep ik nog.

Maar dit was Amsterdam: bijna 1.500 euro huur per maand betalen voor een postzegel aan de A10 was normaal, maar een hypotheek afsluiten waarbij je op hetzelfde bedrag uitkwam was te riskant. Helaas, op meelij van vrienden hoefde ik ook al niet te rekenen. ‘De Bijlmer kan anders heel leuk zijn’, zei de vriend die zelf nog nooit met zijn bakfiets de Watergraafsmeer uit was geweest. ‘Op een gegeven moment moet je bedenken: wat wil ik nou echt?’ zei de vriendin uit Haarlem met een tuin van honderd meter, voorbijgaand aan het feit dat wij helemaal niks te willen hebben. Kers op de taart was mijn vriendin de scheefwoner, die voorlopig nog helemaal geen woning ging kopen omdat de gemeente voornemens is voor de middeninkomens te gaan bouwen, een project waarbij scheefwoners voorrang zouden krijgen. Die voorrang gold dan weer niet voor scheefwoners die jarenlang te véél betaalden, zoals wij, die waren gewoon dom. Ik moest me ermee verzoenen: in Amsterdam was nog maar plaats voor twee soorten mensen, de hele rijke en de hele arme, en de rest zocht het maar uit.

Gisteren liep ik langs het terras van café De Avonden, waar die laatste categorie op het terras zat. Uit de speakers kwam René Froger: ‘Een eigen huis, een plek onder de zon’. Barman Michel: ‘Vind je dat ook zo’n kutartiest? Doet of ‘ie Amsterdammer is maar woont gewoon in ’t Gooi.’

Ook erg.

Share.

Leave A Reply