Geiten langs de Fahrenheitsingel

0

31 december 1937 – 1 januari 1944

Verteld door: Joop Jansen (7 juni 1932). Ik woonde vanaf 1938 t/m 1944 in de Wetbuurt. Ondanks de oorlog heb ik daar een geweldige vrije jeugd gehad. Door omstandigheden moest ons gezin verhuizen.

Reaumurstraat 55/hoek von Guerickestraat .
Foto: Joop Jansen Alle rechten voorbehouden

Ja, brave borsten, ik ben een vroege opstaander en toen ik mijn gordijnen voor het raam wegschoof dacht ik: ‘Ik ga er weer in, wat een pokkeweer, zeg.’

Maar ja, toiletbezoek, handen wassen, doek door mijn gezicht, de keuken in om mijn pap te maken, koffie zetten, ik zet namelijk nog ouderwets koffie met een tante Betje. Vind ik zelf lekkerder dan die pads. Ik zit nu op mijn bank een beetje naar buiten te staren, het is nog donker en alleen de regen tikt tegen het raam. Een buitje voor de stof vind ik niet erg, maar zo te zien houden wij dat de hele dag en misschien ook nog met de Kerst……………tel uit je winst.

Toch een heerlijke ochtend om met je gedachten lekker over vroeger te mijmelen, dat heb je als je wat ouder wordt, en zo dacht ik aan mijn moeder, die wij altijd nadeden als ze uit het keukenraam met de buren aan het kletsen was en altijd riep………………………..TUURLIJK.

Wij woonden dus in de Reaumurstraat/hoek von Guerickestraat boven de drogist. We hadden vergeleken met andere woningen een groot huis met drie slaapkamers en keuken, met alleen een achterraam. Maar geen waranda of zolder. Mijn moeder hing dan over het aanrecht, dat onder het raam doorliep, en kletste met de buurvrouw Nunesvas of van Diemen en zij riep dan vaak ,,Tuurlijk”. Mijn broers deden haar soms na en riepen dan ook “Tuurlijk” en dan werd moeder boos.

Ook was het heel gewoon om langs de dijk en langs de Fahrenheitsingel geiten aan een ketting met een pin vastgezet te zien grazen die ‘s avonds weer werden opgehaald en dan via de gang en de keuken in het schuurtje werden gezet. Praktisch iedereen had konijnen en daarom kwam er geen schillenboer in de Wetbuurt, daar de mensen de schillen etc. aan hun beesten gaven.

Eigenlijk was het een heerlijke tijd, alles kwam aan de deur, de melkboer, de bakker, maar die tijd komt nooit weer. Er zijn geen winkels meer, alleen de kapper in de Fahrenheitstraat zit er nog.

Andere tijden. Andere tevreden mensen wonen er nu. Ze lezen mijn gezwam en misschien denken ze: “O.H……ga je bed weer in”.

Share.

Leave A Reply