Gezicht op de Omval

3

31 december 1946 – 31 december 1961

Auteur: Annemarie de Wildt –  Verteller: de heer Heesen is de kleinzoon van de stichter van (Scheeps)motorenfabriek Heesen aan Omval 32. In 1947, toen hij 16 was, verhuisden zijn grootouders en trok hij met zijn ouders in op Omval 32. Zijn kamer was het zolderkamertje aan de zijkant, hij keek in de verte uit op de Amstel. Het schilderij Gezicht op de Omval heeft hij geschonken aan het Amsterdams Historisch Museum, bij die gelegenheid vertelde hij ook het verhaal.

Heesen Gezicht op de Omval (ca. 60 x 120 cm) geschilderd door Kreel (Cornelis Lambertus Petrus) Daamen (1916-1993) in 1961 ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de (Scheeps)motorenfabriek Heesen, Omval 32 in 1961. De kunstenaar, van katholieke huize, net als de familie Heesen, was een kennis van de broer van Dhr. Heesen. Nadat Dhr. Heesen in 1988 het oude bedrijf verkocht en een nieuw bedrijf stichtte hing het schilderij bij hem in het kantoor. In 2006 schonk hij het aan het Amsterdams Historisch Museum. Alle rechten voorbehouden

Het Gezicht op de Omval is geschilderd vanaf het Amstelstation perron. Op de voorgrond een huis met groene schuur dat behoorde aan de NS. Daarachter de (inmiddels gedempte) Weespertrekvaart en het Omvalgebied. Aan de overkant van de vaart (geheel links) is het bedrijf van (Scheeps)motorenfabriek Heesen dat gesticht is door de grootvader van dhr. Heesen. Grootvader werkte bij autofabrikant Spyker in de Trompenburgstraat. Hij was goed met alle motoren en schepen met panne klopten daarom regelmatig aan bij Spyker. Hij trok de stoute schoenen aan en stichtte zijn eigen bedrijf voor reparatie en bouw van scheepsmotoren aan Omval 23. Toen het schilderij werd gemaakt was Heesen al overgegaan van scheepsmotoren naar fabrieksmotoren, omdat in de naoorlogse jaren wegverkeer belangrijker werd dan binnenvaart. De bok, die op de kade stond om schepen omhoog te hijsen was daarom al gesloopt.

Het bedrijf lag aan de Weespertrekvaart, die geen verbinding had met de doorgaande trekvaart naar Diemen. Een lastige plaats want schepen moesten invaren en kwamen daarbij langs drie bruggen. Vóór de cacaofabriek van Blooker was een ophaalbrug en verderop nog twee draaibruggen van de gemeente. (Het huisje van Blooker dat nu weer opgebouwd is aan de voet van de Rembrandttoren is op het schilderij nog net zichtbaar boven de daken uit, het was oorspronkelijk de garage van Blooker.) Op de hoek bij de Amstel zat een houten keet met het sigarenwinkeltje van Lange Jan die ook de bruggen bediende. Verderop aan de kade was de oliefabriek van Bertels, waar soms ook vrachtschepen heen moesten. Die konden er net langs. De verhoudingen waren goed, want Heesen repareerde ook de motoren van de oliefabriek. Het witte gebouw op de kade is Villa Hinde, het woonhuis van de eigenaars van de Bertelsfabrieken. Wel waren de contacten met de eigenaren van de grote firma’s alleen zakelijk. Die bedrijven waren veel groter en bovendien was de familie Heesen katholiek. Bij Heesen zeiden ze vaak: als de wind uit het zuiden komt ruiken we Bertels, als de wind uit het noorden komt, ruiken we Blooker.

Het roze vierkante gebouw rechts op het schilderij is onderdeel van de fabriek van Maschmeijer, producent van essences en zepen. Vanaf Maschmeijer liep een sloot die loosde op de Weespertrekvaart. Het water stonk vreselijk en vissen overleefden er niet. Tijdens het repareren van de scheepsschroeven, werkten de reparateurs van Heesen vanaf een vlot onder het half uit het water getrokken schip. Onvermijdelijk kwamen ze dan met hun handen in het water en die stonken na weken nog.

Toen grootouders Heesen aan de Omval woonden was er nog geen wc met stromend water. Alleen een plee met een afvoer naar een beerput. Na de annexatie van Ouder-Amstel, waar de Omval tot 1921 toe behoorde, werd de buurt aangesloten op waterleiding, gas en elektra. Grootvader Heesen is nog onbezoldigd veldwachter van Ouder-Amstel geweest. Hij hoefde niet vaak in actie te komen, want hij was, zoals zijn kleinzoon zegt ‘een mannetjesputter’.

Het schilderij is gemaakt vlak voor het bedrijf uit Amsterdam vertrok. Uitbreiden in Amsterdam was erg duur vanwege de erfpachtregeling. Bovendien had de klantenkring van de firma zich uitgebreid naar België. Boxtel lag daarom centraler. De panden werden in de jaren zestig verkocht aan de firma Maschmeijer Aromatics, die ze in 1967 sloopte om de fabriek uit te breiden.

Omval 32 – ± 1920 .
Foto: Jan van Deudekom Alle rechten voorbehouden

Share.

3 reacties

  1. Welke Heesen?

    U schrijft over de Dhr. Heesen en de broer van Dhr. Heesen Over welke heren Heesen gaat het dan?

    Ik ben een dochter van en geboren in Amsterdam in 1955…….

    Er waren 3 Dhr. Heesen’s toen men in januari 1956 naar Boxtel vertrok. Het bedrijf zat niet meer in Amsterdam tijdens het 60 jarig jubileum in 1961…….”Het schilderij is gemaakt vlak voor het bedrijf vertrok en ter gelegenheid van het 60 jarig jubileum? Hier zit 6 jaar tussen. Een omissie in de tijdlijn lijkt mij. Wanneer Maschmeijer de panden sloopte weet ik niet. Ik heb het gezien maar was nog klein.

    De vader, L.B Heesen was toen men naar Boxtel ging eigenaar/directeur. De heer L.B. Heesen jr. en de broer, Th.J. Heesen zaten beiden in het bedrijf. Zij waren kleinzonen van de stichter, B.A. Heesen die vóór Spyker werkzaam was bij van Rennes in Utrecht. Vandaar dat de schippers met panne wisten waar ze moesten zijn!!

    Het bedrijf werd door vader L.B. en zijn 2 zonen verkocht in 1968. Daarna nam L.B Heesen jr. een bedrijf over in een totaal andere sector alwaar hij het schilderij kennelijk op zijn kantoor had hangen. Dat bedrijf verkocht hij in 1988.

    Een en ander is wat uit zijn verband gehaald vrees ik……..
    Charlotte Heesen, januari 2017

    • Geachte Charlotte Heesen,

      Uit de archieven van mijn vader en opa heb ik informatie over de machinefabriek. Mijn opa had vanaf 1924 een schip in huurkoop van B.A. Heesen met een 4 tact gloeikopmotor. Een proefmodel, maar wel zuinig. De kwijting van de huurkoop is ondertekend door zijn zoon.

      Met vriendelijke groet,
      Nico Oud, Heerhugowaard. h.oud4@kpnplanet.nl

  2. Gegevens over Heesen motoren

    Wie o wie kan mij nog aan gegevens over Heesen motoren helpen. Het is bekend dat de oprichter van de fabriek, dhr Heesen bij de Rennes fabriek in Utrecht heeft gewerkt, vandaar is dhr. Heesen naar Spijker in Amsterdam gaan werken. Schippers met vooral Rennes motoren klopten nog al eens aan bij de fabriek van Spijker of dhr. Heesen eens naar hun motor zou willen kijken voor advies en/of onderhoud. Zoals hier boven beschreven is dhr. Heesen uieindelijk zelfstandige geworden, heeft eerst reparaties aan div. motoren gedaan alvorens er een eerste eigen Heesen motor werd gebouwd. Dit waren viertakt petroleummotoren welke wel wat leken op de eerste Kromhout en Honing motoren, ook uit Amsterdam. Waarschijnlijk is men later over gegaan op gloeikop motoren, daar er nu in een prive museum in Ettenleur een Heesen tweetakt gloeikop motor staat. Deze motor moet aan het eind van de 2de wereldoorlog door een kleinzoon van Heesen op zeer jonge leeftijd weer lopende zijn gemaakt. Het verhaal geeft aan dat enkele onderdelen zoals o.a. een cilinderkop ontbraken en deze door de jonge Heesen zijn bijgemaakt, waarna de motor draaiende is verkocht voor de vootstuwing van een scheepje, en uiteindelijk via via in het museum in Ettenleur is beland.

    Graag zou ik i.v.m. het schrijven van een boek over de Nederlandse motoren industrie meer gegevens willen hebben over de Heesen motor. Ik heb al eens eerder een oproep gedaan middels dit forum, doch het mail adres waar men mij op zou kunnen bereiken is op onverklaarbare wijze buiten werking. Mijn huidige mailadres is: jvegter@zonnet.nl

    Mocht het dus zijn dat er mensen hebben gereageerd naar onderstaand mail adres, zou u dan zo vriendelijk willen zijn mij alsnog op bovengenoemd mail adres te willen berichten?

    B.v.d.

    Jan Vegter, beheerder van het Brons archief

Leave A Reply