De groentenwinkel van Messink in de Wakkerstraat

1

31 december 1949 – 1 januari 1984

Auteur: Jo Haen – Verteller:  Greet Messink-Kamman (1936). Geboren in de Rivierenbuurt. Sinds 1952 woonachtig in de Watergraafsmeer.

Greet en haar man Gideon bij de overname van de zaak van haar vader in 1960. Foto; Greet Messink-Kamman © Alle rechten voorbehouden

In 1950 nam de vader van Greet, de heer Kamman, een groentenwinkel over in de Wakkerstraat 07, nadat hij daarvoor als electricien bij v.d.Maare in de Simon Stevinstraat had gewerkt. Zoals uit advertenties blijkt was er in het pand in 1906 een behangerij en stoffeerderij gevestigd en in 1936 een groentenwinkel van J. Schreuders.

In 1960 namen Greet en haar man Gideon Messink de zaak over. Met vak- en middenstandsdiploma. Dat was verplicht in die tijd. Ze behaalden ook een kruideniersdiploma. Daarvoor moest je o.a. het verschil leren tussen sago, maizena en aardappelzetmeel. En verschillende rassen bruine bonen kennen enz.

Greet stond de hele dag in de winkel. Het huishouden deed ze tussen de bedrijven door. Toen er kinderen kwamen kwam Trijntje Boes uit Marken in de huishouding werken en voor de kinderen zorgen. Men woonde achter de winkel. Via een trapje in de winkel kwam je daar.

Ze heeft het werk altijd met veel plezier gedaan. Groenten en aardappelen afwegen, verpakken in oude kranten, zuurkool uit het vat, boerenkool, het opmaken van fruitmanden enz. Vader Kamman hielp vaak mee in de winkel. Hij hield wel van een geintje. Vroeg een klant b.v. wat een citroen kostte dan zei hij: “Dertig cent. Maar als je er 3 tegelijk koopt kosten ze samen één gulden”. De klant trapje daar vaak in, waarop hij antwoordde: “Denk eens goed na, hoeveel is 3 x 30 cent ? Het is maar een geintje.”

Alleen op woensdagmiddag was de winkel gesloten, later de gehele woensdag. De kinderen hielpen na 5 uur mee met het opruimen van o.a. de kisten met groenten enz. die buiten voor de deur stonden en verdienden zo een zakcentje.

Bijna niemand had in die tijd een koelkast of vriezer. Met de Kerst kon men daarom de bestelde ijstaart en puddingen van Hertog tussen 5 en 6 uur ophalen.

Via een luik in de winkel kwam je in de opslag in de kelder. Toen het pand ernaast vrij kwam werd dat bij de winkel getrokken. Tijden veranderden en men ging ook gesneden groenten, salades en luxere artikelen verkopen. De winkel werd verbouwd en voldeed zo aan de eisen van die tijd.

Het 20-jarig bestaan in 1980 werd nog uitbundig gevierd. Helaas overleed haar man Gideon vrij onverwachts in 1984, veel te jong. De zaak werd verkocht. Er kwamen 2 nieuwe eigenaren, die het helaas niet erg lang hebben uitgehouden.

De heer Kamman met zijn schoonzoon Gideon bij de overname in 1960. .
Foto: Greet Messink-Kamman © Alle rechten voorbehouden

Wakkerstraat 07 – 1960 .
Foto; Greet Messink-Kamman © Alle rechten voorbehouden

Wakkerstraat 07 bij het 20-jarig bestaan. – 1980 .
Foto: Greet Messink-Kammen © Alle rechten voorbehouden

Bij het 20-jarig bestaan in 1980. .
Foto’s: Greet Messink-Kamman Alle rechten voorbehouden

Share.

1 reactie

  1. Buurjongen(tje)

    Ik, Jack Leurs (1946), ben geboren en getogen in de Wakkerstraat op Nr. 9, als oudste zoon van Co Leurs (1921-2006) de heren-kapper en Welly Leurs-Schiet (1919-1997), zijnde de dochter van de melkboer Schiet aan de overzijde op Nr. 10. Daar is mij moeder geboren en getogen.
    Zij, mijn moeder, en Jaap Schreuder kenden elkaar derhalve al heel lang.
    Mijn eigen kind-herinneringen zijn in deze straat velerlei, doch ik zal er een tweetal uitlichten.
    Eind jaren 50 kon je nog knikkerend door de goot naar school. Auto’s kenden we toen nog niet, echter met één uitzondering, dat was de auto van onze buurman de groente-man. En dat was meteen ook een hele grote, waar hij overigens dagelijks mee naar de veiling moest.
    Wat ik mij ook herinner, was een bijna regelmatige vraag aan mijn moeder “de buurvrouw”, “Wil” (haar roepnaam voor de buurman-ze kenden elkaar goed), denk je dat je jongens trek hebben in…!?
    Moeder zei altijd ja, met als gevolg, mijn broer en ik zaten dan later op de stoep van de zaak van mijn vader een kistje kersen (heerlijk bijna overrijp) te nuttigen.
    Of wij werden nog even snel naar bakker Hoffman aan de overkant gestuurd voor een vers wit-brood (de man had anders dan vers) om daar de over-rijpe aardbeien op te doen (dat vond mijn moeder ook wel lekker).
    Hoe, goede of slechte oude tijd???
    Ik (later ook mijn ouders in gesprekken) koester deze herinneringen.
    Jack Leurs
    2013

Leave A Reply