Hofstede Voorland aan de Middenweg

0

1689 – 1934

Auteur: Jo Haen

Hofstede Voorland – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Pieter van Winter, Nicolaas Simonsz., kocht in 1784 de hofstede Voorland gelegen aan de Middenweg. Deze hofstede was gebouwd in 1689 door Dirk Roos, equipagemeester der Admiraliteit te Amsterdam, die haar Meerenburg noemde. Zijn vrouw, Catharina Ruychaver, verkocht Meerenburg “met regt genoemt een van de schoonste hofgebouwen, die hier de Ringdijknimf in haar gebied besluit” in 1721 voor ƒ 8000 aan Arnoldo Cloeting die deze hofstede “versierde met beelden, net van leeden, Als waren die op ’s schoonst door ’s Keyzers hand gesneden”.

Van Meerenburg tot Voorland
Michiel Verdonk die in 1722 voor ƒ 7500 eigenaar van ‘Meerenburg’ werd veranderde deze naam in ‘Voorland’. Van 1729 tot 1749 werd Voorland ’s zomers bewoond door Cornelis Karsseboom, een zeer voornaam koopman die op de Heerengracht een heerenhuis had dat ƒ 1585 huur per jaar deed. Hij verkocht Voorland in 1747 voor ƒ 5700 aan Justus van Maurik, de overgrootvader van de bekende Amsterdamse schrijver. Na zijn dood in 1784 ging hofstede Voorland over aan zijn neef Pieter van Winter Nic.Sim.zn. Pieter was koopman en lid der firma Jakob Muhl en van Winter en woonde sedert hij dit huis in 1782 voor ƒ 100.000 kocht, op de Keizersgracht, bij de Westermarkt, in ‘Saxenburgh’.

Pieter van Winter, een milde, gastvrije en vredelievende man
Pieter van Winter was behalve Heemraad en Schepen van Watergraafsmeer ook Regent van het Burgerweeshuis, Commissaris van de Kweekschool voor Zeevaart en Bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie. Deze bewoner van Voorland stond bekend als een milde, gastvrije, vredelievende man en door zijn bezadigd optreden werd voorkomen dat Voorland tijdens de Pruisische (1787) inkwartiering werd beschadigd.
Hij was bevriend met Mr. Cornelis van Lennep, Baljuw en Dijkgraaf van Watergraafsmeer, die vaak met zijn vrouw Cornelia Christina van Orsoy op Voorland kwam.

Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Veel zorg besteed aan de tuin en de lanen
Pieter van Winter heeft Voorland goed onderhouden en vooral aan de tuin en de lanen naar de hofstede heeft hij veel zorg besteed. Hij bestelde bij boomkweker Willem Pieter Eveliens uit Aalsmeer veel zaden, planten en bomen. Op 15 november 1784 bestelde hij o.a. 15 hooge Perenbomen, 2 hooge Reyne Cloude Pruymen, 3 hoogstam Appelbomen, 16 halfgroeiende Kersenbomen, 50 Spaanse aaken enz. voor de som van ƒ 110,00, een groot bedrag voor die tijd.

“Een allerbeste witte Wijnstok”
In 1789 bestelde hij o.a. “een allerbeste witte Wijnstok die groot en zwaar moet worden en vier persikkeboomen die goet zijn in een kan of bak die deze winter getrokken worden”. In den boomgaard, voor het huis, stonden verschillende soorten appelen- peren en pruimenboomen. Aan bemesting besteedde hij ook de nodige zorg.
Naar de gewoonte dier dagen liet hij in 1785 voor ƒ 52 en 10 st. “vier marbre borstbeelden” door de steenhouwer Döger leveren.
Hij hield er ook een groententuin op na, waarin o.a. ‘wijkerpeulen, vroege doppers, groenpostlijn, brabantse spinazie, roos, knolradijs, pietersely, bietwortel boven de grond, kuilandijvie en salade’ groeiden.

Geen strakke symmetrische lijnen, men hield van afwisseling
Bij de aanleg van de tuinen op Voorland is het opmerkelijk dat er afgeweken werd van de in die tijd heersende Franse tuinstijl Le Nôtre. Geen strakke symmetrische lijnen, maar men hield daar van afwisseling. De strakke lijn werd vervangen door de enigszins losse a-symmetrische vorm en de aanduiding ‘Engels plantsoen’ wordt herhaalde malen in de rekeningen en nota’s genoemd. In het Engels plantsoen stonden in totaal 103 bomen, om de ‘Goudvisse kom’ 27, langs de oprijlaan 400, tussen het tuinhuis en het grote huis op de z.g. ‘Nieuwe Weg’ 200 en langs het Bosch tot aan de ‘bergvijver’ 73 bomen.

De oprijlaan naar Voorland – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Naar het Rechthuis voor het stelen van een lood
In de confessieboeken van Watergraafsmeer is een voorval opgetekend met betrekking tot Voorland. Op 11 november 1805 bracht de tuinbaas Jan Smit met enkele knechts van Voorland en van de buitenplaatsen Midden-Meer en Pauw en Haagen, geassisteerd door Roelof Geike, kastelein van Roosenburgh, gevankelijk naar het Rechthuis Jacob Lank die lange tijd als tuinmansknecht op Voorland werkzaam was geweest. Bekend met de plaatselijke toestand had laatstgenoemde zich vermeten een lood te stelen. Hij werd veroordeeld om als Scheepsjongen op ’s Lands vloot te gaan.

Hoeve Voorland Ooster Ringdijk 110 – Foto: Peter Hormeijer – Alle rechten voorbehouden

Een laan van het ene Voorland naar het andere Voorland
Pieter van Winter bezat niet alleen de hofstede Voorland aan de Middenweg maar ook de gelijknamige hofstede aan de Ooster Ringdijk. Deze hofstede heette eertijds ‘de Parel’ en was in 1692 gebouwd door Eduard Emtinck, assuradeur en handelaar op Frankrijk en Spanje. Pieter liet een laan van het ene Voorland naar het andere Voorland aanleggen. Hij kocht eveneens een strook land van de Ringdijk af evenwijdig aan de achterlaan van Voorland, “vooral tot verfraaiing van het uitzigt zijner Buitenplaats op het IJe”.

Mr. Jacob van Lennep was een trouwe gast
De beroemde schrijver Mr. Jacob van Lennep bracht in zijn jeugd de zomermaanden meestal op Voorland door. Zijn trouwe begeleider daarbij was Monsieur Guiimard, een oude Franse émigré, en samen wandelden ze doorgaans met hem de plaats uit naar de Ringdijk en dan was het hun gewoonte “een der boeken te nemen, die zijn brede rokzak bevatte en tegen de helling van de dijk in ’t gras te gaan liggen”.

De koepel met uitzicht op de Ringvaart en Diemen – Afbeelding: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Ode aan Pieter van Winter
Dat Pieter van Winter zeer geliefd was moge blijken uit onderstaand gedicht, dat D.J. van Lennep enkele dagen na van Winters dood, op 20 april 1807, schreef:

’s Mans gedachtenis zal leven
Bij een dankbaar nageslacht.
’t Poge in deugd hem na te streeven.
’t Voorbeeld eens door hem gegeven,
Zij als heilig steeds betracht.
Rein van wandel, trouw van zeden,
Nijver, mild, der kunsten vrind,
Vol van zoete aanminnigheden
Was Van Winter, aangebeden
Door wie kunde en braafheid mint.

Opnieuw een brug over de tochtsloot
Na de dood van Pieter van Winter in 1807 ging Voorland over in het bezit van Mr. Hendrik Six van Hillegom, die gehuwd was met Lucretia Johanna Agatha van Winter. Zijn broer J.P. Six, Heemraad en Schepen tevens Hoofd-Ingeland van Watergraafsmeer werd in 1846 eigenaar van Voorland. Hij liet in dat jaar opnieuw een brug over de tochtsloot leggen en in 1849 verzocht hij “om langs de Ringdijk, langs de plaats Voorland waar enkele lindebomen en een koepel hebben gestaan daar te mogen planten een regel Essenbomen beginnende aan het uiteinde der plaats van de erven Bormeester en eindigende aan het land van de boerderij genaamd de Stadsplaats”.

Ajax-stadion in 1934. De bomen op de oprijlaan waren van de oude oprijlaan naar Voorland – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

In 1934 afgebroken voor de aanleg van het Ajax-stadion
In 1850 ging Voorland over aan Jacob van Beem die voor de hofstede ƒ 3000 betaalde. Tenslotte werd de gemeente Amsterdam eigenaar van de hofstede die haar in 1934 liet afbreken voor de aanleg van het Ajax-stadion. De heer D. Eikelhof, die er tot de afbraak op woonde, moest toen naar een andere woning omzien.

Bron: Watergraafsmeer, eens een parel aan de kroon van Amsterdam van J.H. Kruizinga.

Share.

Leave A Reply