Jurassic Park in de Watergraafsmeer

0

Auke Kok Bron: NRC – 31 oktober 2019

Foto: Jo Haen – Alle rechten voorbehouden

De man in de hoogwerker bestudeert een landkaart en plukt aan zijn baard. Hij doet een beetje aan ZZ Top denken. Zijn vlasbaard is haast zo groot als het papier in zijn handen. Voor de bomen die de man te lijf gaat doet dat verder niet ter zake, maar voor het ontzag dat hij opwekt wel. Dat plukken doet hij trouwens niet zomaar, hij heeft een probleem. Met de plastic beschermkap boven op zijn hoofd staart hij naar de kaart en schudt van nee. Iets klopt hier niet. Links van hem raast het verkeer op de Middenweg, rechts van hem klaagt een eendenpaar in de parkvijver, en hij draait de kaart nog eens om. Komt er niet uit. Overlegt met een collega.

Bij twijfel niet doen, lijkt zijn motto. Dit werk is te belangrijk voor willekeur. De bomen zijn de longen, de beschermers van de stad – rustig aan nu! De man schudt opnieuw zijn hoofd, zijn baard schudt mee. Hij maakt een gebaar van: voorwaarts maar weer.

De zaag gaat tekeer als een krijsend kind, het moet gebeuren

De hoogwerker stopt bij de volgende boom. Blik op de kaart – yes. Met een robuust gebaar mept de man zijn beschermkap omlaag en grijpt een kleine cirkelzaag. In zijn bakje stijgt hij op in het gebladerte. De zaag gaat tekeer als een krijsend kind, het moet gebeuren. Verderop langs het fietspad een wagen met gele zwaailichten, een versnipperbak als een gretig geopende mond naar voren gestoken. Mannen steken hier de geamputeerde takken van de vlasbaard in. Met een woedend geluid trekt de versnipperaar de takken naar binnen. Een grote tak vol okergele bladeren verdwijnt sidderend van angst in zijn bek. Als duizend snippers gaat de tak even later door een ijzeren slurf omhoog en verdwijnt in een laadbak achter op de wagen.

Het duurt eindeloos. In bomenstad Amsterdam houdt het gepiel nooit op. 270.000 bomen op ruim 800.000 mensen, dan krijg je dat. (De bomen buiten de bebouwde kom niet meegerekend.) Één op drie is een zeldzaam hoge boomdichtheid. Het vergt veel onderhoud en dat is kassa voor het bedrijf uit Tiel dat de pitch won om hier voor kapper te mogen spelen.

Ik ging eens met die mannen praten. Wat ze hier doen heet opkronen. Prachtig woord natuurlijk, opkronen. Een soort opknippen – voor de najaarsstormen moet alles wat eventueel op de fietsers en wandelaars zou kunnen vallen eraan geloven. Daarom krijgen de veldiepen, eiken en kastanjes langs Park Frankendael bezoek van de machines uit Tiel. Als stalen dinosauriërs bewerken die de randen van het park in Oost. Gillend, schreeuwend en meedogenloos doen ze hun werk. Kijk, daar verdwijnt het bakje van de vlasbaard weer gulzig in de kroon van een lindeboom: als de kop van een hongerige dino.

Een film is het, Jurassic Parc in de Watergraafsmeer. Kappen, zagen, wegslepen – en dan op naar de malende kaken van de versnipperaar, die woeste veganist. Mochten de opkroners binnenkort uw straat aandoen, blijf even kijken. Een topfilm.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Foto: Jo Haen – Alle rechten voorbehouden

Share.

Leave A Reply