Kind op het Linnaeushof

0

1928 – 1946

Auteur: Frits Slicht – Verteller: Mevrouw Verheus-Holtzappel is in 1928 geboren in het Linnaeushof en heeft daar tot aan het einde van de oorlog gewoond. Zij vertelt over haar herinneringen aan deze katholieke enclave, de familie, haar schooltijd en haar herinneringen aan de oorlogsjaren. Bron: Het Geheugen van Oost

Een Joods element in de Hofkerk op het Linnaeushof. Deze pelikaan is gemaakt door de Joodse beeldhouwer Mendes da Costa. Foto: Frits Slicht.

Een Joods element in de Hofkerk op het Linnaeushof. Deze pelikaan is gemaakt door de Joodse beeldhouwer Mendes da Costa. Foto: Frits Slicht.

We speelden allemaal met elkaar, verschillen waren voor ons geen punt. De gebruikelijke dingen deed ik, zoals spelen met de tol en zweep en touwtje springen. Een vast vriendinnetje had ik niet. Ik was overigens wel onder de indruk van de katholieke processie. Vooral van de meisjes die zo mooi waren aangekleed ‘als bruidjes van God’. Daar was ik wel een beetje jaloers op, maar ik was nu eenmaal niet katholiek. Processie op de openbare weg was toen nog wel verboden. Maar het mocht wel als men binnen het eigen terrein bleef.

 Processie Hofkerk – Linnaeushof in 1931 . Bron: De Maasbode van 22-06-1931

Processie Hofkerk – Linnaeushof in 1931 . Bron: De Maasbode van 22-06-1931

Aanvulling Frits:
Openbare godsdienstige optochten waren verboden, maar dit verbod beperkte zich tot de openbare weg. De toenmalige pastoor Zoetmulder heeft toen rondom de kerk en waarschijnlijk ook het daarbij behorende klooster een soort tuingang aangelegd. Hij gebruikte dit als een soort processiepad en tijdens een kerkelijke hoogtijdag trok zo’n processie veel bekijks. Men heeft er zelfs de krant mee gehaald. In Amsterdam was volgens mij alleen de Stille Omgang toegestaan (maar dan wel in de nacht).

1931 Processie Hofkerk – Linnaeushof. Bron: De Maasbode van 22-06-1931.

1931 Processie Hofkerk – Linnaeushof. Bron: De Maasbode van 22-06-1931.

In de tuin van de kerk was een soort van altaartje neergezet. Een echte processie mag je het eigenlijk niet noemen, het was meer symbolisch. Zelf ben ik maar één keer in de kerk geweest. Dat was bij het huwelijk van een buurmeisje.

Pianoles
Ik had les van een Joodse mevrouw, Nora Stodel-Kinsbergen, ik had pianoles van haar. Nora Stodel kwam in de oorlog bij ons thuis, helemaal in tranen, ze mocht geen les meer geven aan niet-Joodse mensen. Zij woonde bij ons in het Linnaeushof, op nummer 12 boven. We gingen er elke week naar toe. Inmiddels weet ik dat zij de oorlog heeft overleefd.

Bij haar thuis stond een grote vleugel(piano). Voor mij was ze belangrijk, ze was heel lief, precies en heel goed als lerares. Ik vond haar lessen altijd erg leuk en heb er veel aan gehad. Ik heb heel lang piano gespeeld tot ik een beschadiging in mijn hand kreeg. Of zij concerten heeft gegeven, weet ik niet.

Ik zat ook nog op de lagere school toen. In het schooljaar ‘40-‘41 ging ik naar de middelbare school, dat was al in de oorlog. Kort daarna kwamen al die anti-Joodse maatregelen.   

Wat een mentaliteit hadden die Duitsers toen, hoe kan dat nu toch. Wat moet hun bezield hebben dat er naar je ouders en je grootouders werd gekeken of je wel mocht leven?

Share.

Leave A Reply