Melkboer Prins van De Vergulden Eenhoorn

0

31 december 1928 – 31 december 1939

Door: Jan van Dalen (1935) woonde tot aan zijn militaire dienstplicht in 1955 in de Watergraafsmeer. Na de dienstplicht kwam hij bij het Korps Rijkspolitie terecht. Daar nam hij 35 jaar later, in 1992, afscheid.

Er was nog een melkboer Prins van de Ringdijk!


Melkboer Hendrik Prins naast een houten rek met daarop een aantal in eigen bedrijf gemaakte kazen.
Het rek staat voor de “groene schuur” die als stalling voor de tilbury (tweewielig koetsje) diende.
Foto van omstreeks 1935.

Henny Prins is geboren in 1929 op de boerderij ‘De Vergulden Eenhoorn’ aan de Ringdijk 58 in de voormalige gemeente Watergraafsmeer. Zij was het vijfde kind in een gezin met zeven broers en zusters en ging o.a. naar de kleuterschool in de Eerste Ringdijkstraat (Schoollaan) en daarna naar de Koningin Wilhelminaschool in de Cornelis Drebbelstraat. In 1939 verhuisde het gezin naar een boerderij in Sloterdijk.

Naast Cor Prins, die in 1934 een melkzaak begon op de Ringdijk/hoek Willem Beukelsstraat, was er nog een melkboer Prins op de Ringdijk, mijn vader Hendrik Prins dreef zijn melkhandel al jaren op boerderij de ‘De Vergulden Eenhoorn’ toen Cor zijn zaak begon. De twee melkboeren Prins waren overigens geen familie van elkaar.

Op onze boerderij heerste altijd bedrijvigheid. De koeien moesten twee keer per dag worden gemolken. Van de verkregen melk werd vervolgens boter, karnemelk en kaas gemaakt. In de winter stonden de koeien op stal, wel makkelijker om te melken, maar daar kwam het voeren met hooi dan weer bij. De koeien produceerden naast melk ook mest, die in de groep werd opgevangen. Uiteraard verdween die mest niet vanzelf, de inhoud van de groep diende regelmatig met de kruiwagen naar de mesthoop te worden gebracht. De varkens en de kippen moesten worden gevoerd en elke dag werden de vele door de kippen gelegde eieren verzameld. Verder melkbussen schoonmaken en allerlei andere karweitjes. Overal konden wij wel wat bij helpen, maar we hadden een groot gezin en het spreekwoord dat zegt ‘vele handen maken licht werk’ was ook op ons als kinderen — van groot tot klein — van toepassing.

Als ’s morgens het werk op de boerderij aan kant was en de wagen met melkbussen, liter(beugel)flessen karnemelk, boter, kaas en eieren was geladen, spande mijn vader het paard in en begon aan zijn klantenwijk in de wijde omgeving van de boerderij. Ons mooie zwarte paard Nellie kende de wijk op haar duimpje, liep uit zichzelf naar een volgende klant en stopte voor de deur. Daar hoefde mijn vader niet aan te pas te komen. Toch moesten op een gegeven moment paard en wagen het afleggen tegen een sneller transportmiddel om de melk en overige producten bij de klanten te bezorgen. Nellie werd vervangen door een andere paardenkracht: de gemotoriseerde bakfiets. Op de bakfiets stonden de diverse melkbussen en in de kist met het opschrift ‘H.Prins Ringdijk 58’ werden boter, kaas en eieren meegevoerd. Om aan te geven waar één en ander vandaan kwam staat, als een soort reclame, stond op het bord midden boven de kist: De Vergulden Eenhoorn. Het boerenbedrijf is vergane glorie, maar zijn naam staat nog steeds op de gevel van de in het begin van de achttiende eeuw gebouwde boerderij.

Voor nog een verhaal over Melkboer Prins ga naar De Vergulden Eenhoorn


Melkboer Hendrik Prins op zijn motor-bakfiets met het kenteken G-99064.
Tot 1-1-1951 bestonden de kentekens uit een letter, gevolgd door een aantal cijfers. Voor de provincie Noord Holland werd de letter G gebruikt.
Het provinciale kenteken was persoons-gebonden. Toen mij vader de bakfiets weg deed mocht hij zijn nummerbewijs en kenteken weer voor een ander motorvoertuig gebruiken.


Boterwikkel. Eén van de karweitjes waarbij wij mochten helpen was het in vetvrij papier verpakken van de gekarnde boter. Hier ziet U een afbeelding van de tekst die op het verpakkingspapier van boter en kaas stond vermeld.


Op dit kaartje uit de tijd dat wij aan de Ringdijk 58 woonden, ligt in het midden onze boerderij “De Vergulden Eenhoorn” met daar achter de hooiberg, de koeienstal, de varkensschuur en de kippen-schuur. Rechts naast de hooiberg staat de zgn. “groene schuur” waarin o.a. ons koetsje stond.
Verder hadden we nog een melkhuisje waar in een gedeeltelijk onder de grond gelegen be-tonnen bak boven een wel (bron) de melk in bussen met het koude welwater koel werd gehouden.
Ons vee bestond uit koeien, pinken, kalveren, varkens, het paard Nellie en veel, heel veel kippen.
Achter de boerderij hadden we ongeveer 10 hectare weiland. Links naast onze boerderij lagen de huisjes aan de toen nog bestaande Tweede Ringdijkstraat (in de volksmond de Dijklaan genoemd) waar onder andere de familie van der Groep (Eén dochter en vijf zonen) woonde. De buurkinderen van de Dijklaan waren onze vriendjes en vriendinnetjes.


Klassenfoto Koningin Wilhelmina school gemaakt omstreeks 1937. Zittend op de stoel het hoofd van de school, de heer D. van Vliet en staand midden achteraan juffrouw Helena van Vliet. Henny (met strik) staat rechts naast het schoolhoofd. Nog een paar namen: Otto Thomas (staat voor juffrouw van Vliet), Gerben Baaij (zit links voor Otto), Janny Thomas (het tweede meisje rechts naast juffrouw van Vliet, Rietje Rakers (liggend links vooraan) en Jopie Prins (liggend rechts vooraan). Jopie is een dochter van de andere melkboer Prins ( winkel op de hoek van de Ringdijk en de W. Beukelsstraat.)

 

Share.

Leave A Reply