Mijn voornaam in sterrekers

1

13 september 1959 – 14 september 1960

Door: Wietskenel woonde vanaf drie maanden oud op de Middenweg. Daarna is zij op haar zesde verhuisd naar de Archimedesweg. Op haar dertiende ging ze in Amsterdam-Zuid wonen.

Een dovenetel heeft kleine witte bloempjes Tekening door Wietskenel, 2009 Alle rechten voorbehouden

Een dovenetel heeft kleine witte bloempjes Tekening door Wietskenel, 2009 Alle rechten voorbehouden

Mijn moeder heeft ons eens verteld dat wij, haar kinderen, zo anders opgroeiden dan zij ooit deed. Zij kwam uit een dorp in Friesland. Daar kroop ze onder de heg door om even een praatje te maken met de buurvrouw. Wij woonden in Amsterdam Oost op één hoog. Op ons balkon had mijn moeder bakken met blauwe viooltjes opgehangen, die zoetig geurden.

We kregen nieuwe benedenburen. Ik stond op het balkon en zag hoe het buurmeisje met een stok in de zwarte aarde de border in een golflijn aangaf. Bij de openslaande deuren kwam een klein metalen vijvertje. De flagstones leidden naar het schuurtje aan de andere kant van de tuin.

In de zesde klas had ik een schooltuintje. Vanuit school konden we er heen lopen. We moesten gewoon de Kruislaan volgen, het tunneltje door, tot we bijna bij de Amstel waren. Het was een groen verwilderd gebied. Op de schooltuinen hadden we allemaal een klein rechthoekig stukje grond. We kregen vijf aardappels, die gepoot moesten worden. Er was een soort wedstrijd wie het volgende jaar de meeste aardappels uit de grond haalde. Met sterrekers zaaiden we de letters van onze voornaam.

In die winter ben ik samen met mijn broertje op de fiets naar mijn tuintje gegaan. Het was een behoorlijk eind fietsen. Er lag sneeuw op de boerenkool. Dan is de kool het lekkerst. Met onze blote handen hebben we de verse koolbladeren geplukt. Nog nooit hebben we met zoveel plezier boerenkool gegeten.

In de zomer bloeiden de cosmea’s uitbundig met hun tere paarse en witte kleuren. Daar brachten we bossen van mee naar huis. Op een keer op de terugweg naar school had ik een witte dovenetel geplukt. Ik zwaaide er mee voor de neus van een klasgenootje. Die gilde bang: “een brandnetel, een brandnetel!”

Ondanks dat ik op een bovenhuis woonde wist ik iets van plantjes.

Share.

1 reactie

  1. Ik heb ook goed herinneringen aan de schooltuintjes waar ik vanuit de Watergraafsmeerschool in Betondorp ook zo,n stukje grond kregen toe gewezen en ik heb ook hetzelfde beleefd.Wat was ik trots dat ik de bloemen mee naar huis mocht nemen om ze mijn moeder te geven.De sterrekers noemde wij bé bé of ook wel tuinkers lekker met een beetje citroensap en wat suiker op brood. Er stond ook een bruin houten gebouwtje waar we uitgelegd kregen wat en hoe we het beste resultaat kregen op ons stukje grond en het benodigde gereedschap en zaaigoed werden daar ook verstrekt.Het was inderdaad de weddenschap wie het mooiste tuintje en de grootste opbrengst had.Het complex lag tegen de dijk van de Weespertrekvaart aan het eind van de Kruislaan dus niet tegen de Amstel,maar ik heb van die tijd genoten.Hoe anders is het dan tegenwoordig voor de jeugd en ik moet eigenlijk bekennen dat wij die mogelijkheid hebben gehad in onze jeugd en dat wij toen meer met de natuur werden groot gebracht.

Leave A Reply