De spoorlijn Amsterdam-Utrecht op begane grond; of Utrecht-Amsterdam voor de gevoelige zielen.

0

1 januari 1956
Door: Ruud Greeff is in 1944 geboren op de Bloemgracht. Als kind gewoond in het Amsteldorp. Omstreeks de 70-er jaren heeft hij de Watergraafsmeer verlaten, na een kort oponthoud in de van ‘t Hofflaan.

De gemeentepont over de Amstel © Alle rechten voorbehouden

Keulse Vaart oversteken
Deze verlaten spoorlijn was gelegen naast de in de dertiger jaren aangelegde nieuwe spoordijk, daarnaast was een bermsloot en evenwijdig daarvan was de Spaklerweg gesitueerd. Toen wij daar voor het eerst het terrein verkenden, bestond de hefbrug (Br. 429) nog niet en moesten wij via het pontveer in de bocht over de Keulse Vaart oversteken, zo noemde mijn vader die vaart ten minste. Maar dat kostte geld, weliswaar niet veel, maar toch. Je kon natuurlijk wel aan de andere kant komen met de gemeentepont vanaf de Amsteldijk naar de Zuidergasfabriek, maar het is niet van de laatste tijd dat kinderen de makkelijkste weg kiezen, want dat was een heel eind lopen.

Wij hadden bedacht dat wij ook wel aan de overkant konden komen via de spoorbrug en dat bleek te kloppen. Wij waren wel jong, maar hadden toch genoeg besef om ons te realiseren dat je hier toch een beetje uit moest kijken. Toen waren er ook nog allerlei volwassenen die zich met je wel en wee bemoeiden, dus ook daar moest een beetje behoedzaam mee omgegaan worden. Het cafe op de hoek had nog niet de status van tegenwoordig, dus daar hadden wij niet veel last van.

Wandelingen met mijn vader
Ik had dit gebied voor het eerste gezien door wandelingen met mijn vader die langs de vaart richting Rath en Doodeheefver en Duivendrecht gingen en daarna via de oude dijk weer terug. Dit was een fantastisch speelveld voor ons. Dan praat ik over de jaren 50. De jaren van de laatste schooljaren op de van Riebeeckschool met daarna de eerste jaren op de Frankendael Mulo. Globaal gezien ’54 tot ’59.

Rechtsboven is het z.g. spookhuis nog te zien – Ouderkerkerdijk 1927 Foto: Beeldbank Amsterdam © Alle rechten voorbehouden

Een soort spookhuis
De plek die wij moesten zien te bereiken was bij een landhuis. Zo zag ik dat toen, een soort spookhuis midden in nergens met een houten hek er om heen. Tot op de dag van vandaag weet ik niet wie daar vertoefde, maar het had zo te zien raakvlakken met de oude spoordijk. Toen maakte dat in ieder geval niets uit. Dat hek was een beetje kreupel en daar waren planken te halen om hutten te bouwen. Spijkers haalden we verder op een soort industrieterrein in de richting van de toenmalige Fiatfabrieken. Daar werden op een aparte locatie houten bierkratten verbrand en bleven de spijkers over. Europa was toen nog ver weg, dat is wel duidelijk.

Het beroerde van die spijkers was, dat de taaiheid door de hitte was verdwenen, en omdat wij een steen als hamer gebruikte ging dat niet altijd goed, maar het was beter dan niets en het lag voor het grijpen. In mijn herinnering duurde dit soort acties lang, maar ik denk nu dat het maar 1 of 2 jaar is geweest. Maar het waren mooie tijden, er gebeurde iets en er werden dingen tot stand gebracht, zonder dat volwassenen achter je kont aan liepen. Weliswaar ten koste van een hek.

Een duurzaam hek
Dat hek. Dat was toch wel heel bijzonder. Tegenwoordig zouden ze het een “duurzaam” hek noemen. Stijlen van ca. 0,15 x 0,15 en langsgordingen van ca. 0,10 x 0,10 waar planken op gespijkerd waren. Van de laatsten bouwden wij onze hutten. Dat betekende, dat het wel een erg naakt hek werd. In een wat later stadium, toen ik met mijn vrienden over wat meer geld beschikten, hadden wij het idee voor een soort overlevingspakket, een leren rugzak met alle benodigdheden, waar een scherpe bijl deel van zou moeten uitmaken. Het idee was goed, maar het geld schoot tekort, en we moesten het doen met wat voor handen was. Dus het bleef voorlopig bij een bijl van het ouderlijk huis, heimelijk meegenomen en zorgvuldig geslepen.

Hakken met de bijl
En wat doe je met een bijl, daar ga je mee hakken. Bomen waren misschien nog te hoog gegrepen, maar eerst dat hek! Wij op een avond in donker op pad, de hefbrug was er inmiddels. Aangekomen begonnen wij te hakken op een stijl van het hek. Dat viel toch wel een beetje tegen, het slijpen was niet geheel goed gegaan, dus het neerleggen van de stijlen ging niet geheel in stijl. Maar wij hadden toch iets wakker geschud in het spookhuis en daar verscheen opeens iets met een zaklantaarn. Wij als een haas weg. Terug via de oude spoordijk.

Aan de politie ontkomen
Opeens verscheen op de Spaklerweg een Volkswagen van de politie met zo’n maf driehoekje op het dak, die eindelijk eens gebruik konden maken van hun schijnwerper en daarmee de dijk in het licht zette. Maar wij hadden ook de juiste films gezien en gingen stil plat op de grond liggen met het gezicht afgewend. Of oom agent het allemaal wel goed genoeg vond of ons werkelijk niet gezien had, is de vraag, maar wij zijn daar onbeschadigd van af gekomen. Er zat natuurlijk ook nog wel een sloot tussen en ik had toen al de indruk dat de veilige beslotenheid van zelfs een Volkswagen, er voor zorgde dat men liever rustig bleef zitten.

De Fiatfabriek
Dat brengt mij toch ook op de Fiatfabriek. Hier werd dus werkelijk een aantal Fiat’s in licentie gebouwd. Als wij daar in de buurt waren gingen wij soms eens kijken, want het was mogelijk om door de ramen wat te zien. Wat wij dan zagen waren 3 carrosserieën van de Fiat 1100 in de rooie menie en enkele lieden die daar onduidelijke dingen mee deden. Maar Fiat was daar als een van de eerste en wij noemden het gebied ook zo, als wij daar naar toe gingen.

De hefbrug nr. 429 over de Weespertrekvaart op de Spaklerweg © Alle rechten voorbehouden

De hefbrug
Op een gegeven moment werd de hefbrug gemaakt. Een van de laatste ontwerpen van Kramer, net even later dan dat van de Utrechtse brug. Tijdens de bouw maakten wij gebruik van de toen geboden faciliteiten. Wij maakten pijlpunten van de resten van het Azobe van het brugdek. IJzerhout noemden wij dat. Wij liepen over de stalen liggers voordat het dek er op zat. Wij namen wel eens andere kinderen mee op onze ontdekkingstochten en in de richting van Duivendrecht stuitten wij dan op de landhoofden van een spoorbrug, waar de enige mogelijkheid om over te steken via een gasbuis (of waterleiding) was. Wij liepen daar overheen, maar de kinderen die daar voor het eerst waren hadden daar toch wel wat moeite mee. Maar ze deden het wel. Ik zal nooit de blik in de ogen vergeten van een meisje, die over de buis liep. Groepsdruk kan tot mooie dingen leiden, maar het tegenovergestelde is eveneens waar. Ik kan mij herinneren dat ik het heel dapper vond. Om Gerard Reve te citeren: “Het is niet onopgemerkt gebleven”.

Share.

Leave A Reply