Vaarwel Frankendael

1

Bron: NRC – 12 december 2019
Auteur: Auke Kok – Column Amsterdam

Alle rechten voorbehouden

Straks, in het nieuwe jaar, zal ik de reigers missen. Hoe ze hoog in de bomen bekvechten om de mooiste plekjes en zij met kokhalsgeluiden hun nest in aanbouw verdedigen. De eerste reiger die met een tak in zijn bek langs de oude lindelaan klapwiekt, vaak in januari al, stil en stoïcijns in tijden van oorlog: altijd onwezenlijk, zo vroeg in het jaar Jurassic Park-taferelen in Park Frankendael. En ik zal niet beweren dat het mooi is, al dat geschreeuw en gedoe langs de Middenweg, dat ieder voor zich, maar voor je het weet is het zo vertrouwd dat je er in december al naar uitkijkt.

Dat kan ik nu vergeten. We gaan er vandoor.

Het mooiste van het huis dat we verlaten was misschien wel het uitzicht. De iepentakken, nu kaal en fijnmazig zwart tegen een grijze hemel, zijn zelfs op een suffe winterdag sprookjesachtig grillig, om langdurig bij te dagdromen. De vijver waarop ik schaatste (hoe lang geleden alweer?), de weide waarop ik de zon aanbad, de paden waarop ik eindeloos vaak wandelde en jogde: tot ziens.

Een klein, aandoenlijk, onpretentieus park en daarmee ontroerender dan een waterval in Nigeria
Park Frankendael is een zachte rechthoek in een harde wereld. Net als alles in de Watergraafsmeer van A tot Z bedacht, aangelegd en tot op de vierkante decimeter object van menselijke zorg. Een klein, aandoenlijk, onpretentieus park en daarmee ontroerender dan een waterval in Nigeria. Van het eindeloos gepiel aan de laantjes en de waterkanten kreeg ik nooit genoeg. Geen struik of bruggetje tussen Middenweg, Hugo de Vrieslaan, Nobelweg en Kamerlingh Onnesweg of er is na ampel beraad over beschikt. Dit alles, zoals alle Vrienden van Frankendael weten, dankzij de inspanningen van omwonende Elgar Vos. Hij zorgde ervoor dat de voormalige stadskwekerij naast de buitenplaats Frankendael niet werd bebouwd, maar rond de eeuwwisseling een openbaar park werd.

Twintig jaar oud pas: jong en pril en beeldschoon, en permanent onderhevig aan veranderingen. De kas van de kwekerij is biologisch restaurant De Kas geworden; de buitenplaats biedt onderdak aan restaurant Merkelbach: het hedonisme rukt op naast de fijne behoudzucht bij de heemtuinen en de volkstuintjes. Ondanks de jonge leeftijd moet veel behouden blijven. Die moerascipressen bijvoorbeeld, in het najaar zo oogverblindend oranjerood op een rijtje met de voeten in het water; het schuine dak van de linden bij de Middenweg; het ooievaarsnest op de oude schoorsteen; het ruisen van het droge riet bij de brug naar de Johan de Vrieslaan.

Het park weet zich bemind, de buurt is er gek op. De keren dat ik een passant zag bukken om rommel op te rapen, zijn niet meer te tellen. Ik deed het zelf ook, dat oprapen. Het ging vanzelf. Waar je van houdt, dat houd je schoon. De scouts, de kleuters in de speeltuin, de bejaarden, de tuinder: allen zorgen ervoor en genieten ervan. Zij nog wel, ik niet meer. Alles houdt een keer op, ook de relatie met het liefste park van Amsterdam.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Share.

1 reactie

Leave A Reply