Waar broeken zijn….

0

31 december 1944 – 31 december 1954

Auteur: Wil Boonstra – Verteller: Toos is in 1929 geboren in Uitgeest als jongste van vier kinderen. Vanwege zijn werkplekken moest haar vader veel reizen en dus woonde het gezin op een woonboot, op het laatst op de Valentijnkade.

Uitgaan in Oost, bijvoorbeeld bij Café Frankendael op de Middenweg 116, hier in 1954. (Foto: Gemeentearchief Amsterdam) Alle rechten voorbehouden

Uitgaan in Oost, bijvoorbeeld bij Café Frankendael op de Middenweg 116, hier in 1954.
(Foto: Gemeentearchief Amsterdam) Alle rechten voorbehouden

Uitgaan in die tijd was altijd gezellig. Als meisje ging je dan gezellig met een vriendin in een café zitten. Een beetje praten en een beetje dollen. En ach, zo veel had je ook niet te vertellen, want je was eigenlijk nog maar een groot kind, zal ik maar zeggen. Maar wel een beetje aanpappen met knullen. Die betaalden dan onze drankjes, want wij hadden geen geld. En dan wilden ze ons naar huis toe brengen om nog een beetje in het trappenhuis te zoenen.

Tja, zo ging dat hier overal in die volksbuurten. Maar wij wilden dat niet, want daar waren we nog veel te jong voor. Bleven die knullen ons wel allemaal drankjes aanbieden en dan moesten we op het eind van de avond een list verzinnen om van ze af te komen. En of we dat gemeen vonden? Neen, helemaal niet. Er was toch ook zo’n spreekwoord: “Waar broeken zijn hoeven rokken niet te betalen.” Spraken we met die knullen af dat ze daar en daar op ons moesten wachten, en dan namen we snel een andere route. Had je een avondje gratis lol en drinken. En ach, wat dronken wij nou op zo’n avond. Hooguit een beetje imitatiebier. Dat was half gazeuse en half bier. Nu heet dat sneeuwwitje geloof ik. Maar wij noemden dat imitatiebier en dat dronk je dan.

En als je de week daarop dan weer uit ging, moest je wel oppassen dat je die knullen niet tegen het lijf liep. Moest je dus altijd goed op je hoede zijn. Maar meestal was het hier in Amsterdam op zaterdagavond overal zo druk dat de kans klein was dat je ze weer tegen zou komen. En áls ik ze weer tegen kwam, dan had ik daar mooi lak aan. Als ik ze zag dan groette ik ze en dan liep ik gewoon door alsof mijn neus bloedde.

Share.

Leave A Reply